Door Johan Stevens | 31 augustus 2010
‘De mensheid gaat niet aan vlijt ten onder, maar aan zelfhaat. Maar vlijt is op z’n beurt weer het gevolg van zelfhaat, dus gaat de wereld toch ook wel aan vlijt te onder…’ Einde citaat.
Ik citeer hierboven die nimmer doorgebroken cabaretier Johan Stevens. Inderdaad: c’est moi. Het citaat is het begin van een korte stand-up act die ik gaf in een theater aan de Amsterdamse Nes. U kunt zich voorstellen: na deze openingzin zat de stemming er meteen lekker in. Hilariteit alom.
Ik heb lang getwijfeld of ik deze opening zou kiezen. Ik kreeg kramp in de maagstreek wanneer ik me voorstelde hoe de mensen zouden reageren op de veronderstelde zelfhaat. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar het woord zit vol doem en donkerte en ik was bang dat het geliefde publiek de armen demonstratief over elkaar zou slaan: ‘zelfhaat? Over wie heb je het? Wat een onzin: ik vind mezelf da bom!’ Vervolgens zouden ze mij met weerzin aan kijken, halverwege de act zouden ze op de stoelen schuiven en achter in de zaal zou een grote emmer met rotte tomaten worden binnen gebracht en verdeeld worden over het morrende volk. Het gooien kon beginnen en iedereen zou fanatiek meedoen. Bloeddorstig: ‘Wie denk je dat je bent, kwajongen! De wereld gaat ten onder aan galbakken als jij!’ Een paar opgeschoten Amsterdamse jongens zou het podium op stormen om mij tegen de grond te smijten en ze zouden over me heen pissen, ze zouden me zeiknat pissen. Ik zou alleen in het theater achterblijven, onder de zeik en doordrenkt van zelfhaat.
In werkelijkheid zijn de mensen gewoon blijven zitten. De mensen keken me met een glimlach aan en luisterden aandachtig. De angst om echt te zeggen wat ik vind, ongezouten, 18 karaats, bleek ongegrond. Bleek álweer ongegrond.
Door deze ervaring wist ik in een klap weer dat ‘jezelf zijn’ zo’n enorme opgave is. Ik zal nooit vergeten dat ik een ex vriendinnetje (Inderdaad: B.) eens vergezelde op haar werk. Het donkerbruine mantelpakje stond haar uitstekend, maar de glimlach om haar mond was nep en totaal nieuw voor mij. Ook de manier waarop ze praatte: volslagen onecht. Net iets te sympathiek. Ze deed alsof ik een nieuwe klant was ofzo, terwijl ik in werkelijkheid haar lieftallige vriend was die nog die ochtend een handdoek onder haar billen had geduwd na een potje stevige ochtendseks. Zo ben ik. Het was me vaker opgevallen dat ze in gezelschap anders was, alsof ze… bang was dat anderen… precies: iets met rotte tomaten.
Later toen ze het uitmaakte zou ze zeggen: ‘ja, ik zal niet mijn hele jeugd erbij halen, maar ik zal nooit geloven dat iemand van mij houdt. Als mensen me echt kennen zullen ze zien dat ik niets heb gepresteerd, dat ik niets kan.’ Toen stopte ze met praten, keek recht voor zich uit en stille tranen biggelden over heur wangen.
Het is ons aller plicht te stoppen met het gooien van rotte tomaten naar onszelf.
Door Johan Stevens | 24 augustus 2010
Het was laat op de avond en vroeg in de nacht. Ik tuurde naar mijn beeldscherm, de vingers in de aanslag boven m’n toetsenbord. Pijn in de schouders. Mijn twee poezen zaten parmantig naast elkaar op het donkere laminaat. De ogen in uiterste concentratie op mij gericht. Ze wilden heul heul graag wat eten, maar hun baas was bezeten van het scherm. Een artikel. Een stukje tekst van precies 500 woorden: dat is ongeveer zo lang als een A4-tje. 500 woorden waar ik al 4 en half uur op aan het zweten was. De eerste regel tikte ik toen de avondzon de muur in mijn kamer nog oranje kleurde, nu zag ik de maan en wat sterren.
4 en een half uur vind ik lang, te lang. Maar steeds moest het anders of beter. Of zou ‘k het hele stuk in de prullenbak mieteren?
Toen ik mezelf daar zag zitten twijfelen dacht ik aan ex-vriendin B. Het uren turen voor de spiegel vlak voor we naar een feest gingen. B. verscheen nerveus in de woonkamer met een donkerblauw satijnenjurkje, het stond haar adembenemend goed. Ik maakte – languit liggend op de bank – altijd het geluid van een geile tijger. Grrrr… B. glunderen, maar toch: nog geen kwartier later had ze ineens een strakke spijkerbroek aangedaan, met een getailleerd wit blousje. En rode hakken. Ook heerlijk, maar waarom? Het was al goed toch?
Zo kon ik ook naar mijn tekst kijken. Ik dacht: het is al geil, maar waarom dan…
Uiteindelijk vond ik een moment om te stoppen. Op het balkon rookte ik een sigaret. Het moment dat je even beslist te stoppen met de bezetenheid is al een begin. Ik probeerde kringetjes te blazen, vroeger kon ik dat. Waarom lukte het niet m’n verhaal te laten voor wat hij was? De wereld zou niet ten onder gaan als het epistel volslagen kut was. Nobody Cares.
Natuurlijk is een streven naar schoonheid en perfectie zeker nobel. Dat wat je maakt mag mooi zijn, in balans zijn, precies de juiste afmetingen hebben en de boodschap mag zo helder mogelijk naar voren komen. Maar terwijl ik m’n rook richting de sterren blies dacht ik: wanneer slaat dit verlangen om in fanatisme? Waar verliest een kind dat een tekening maakt de heerlijke ijver met de tong uit de mond en waar begint het zenuwachtige in de broek plassen?
Ik kan het onderscheid niet altijd maken, maar soms wel. Het verlangen en de wens om iets goeds te maken (en daar ook voor moeten zweten) voelt als een heerlijke onderneming waar je lucht bij voelt. Je hebt er zin an.
Wanneer je hart krimpt, zich angstig vol pompt alsof een ziedende hond op je af stormt, dan is ’t mis. In die momenten kijk ik zorgvuldig om mij heen: is er een ziedende hond? Wordt mijn strot straks doorgebeten. Of ben ik veilig?
Toen ik terugkwam in de woonkamer zaten de katten mij inmiddels dreigend aan te staren. Ze konden me elk moment aanvliegen.
Door Johan Stevens | 19 augustus 2010
Ben jij een jonge, ambitieuze, creatieve professional? Dan zou ik deze documentaire zeker kijken. Wat ik in mijn eigen praktijk als trainer en acteur ook vaak heb gezien én bij mijzelf herken: de ambitie is zo hoog, de eisen die we aan ons zelf stellen zijn zo dwingend: we worden er doodnerveus van. De documentaire geeft mij een extra prikkel om . . . → Lees verder: Alles Wat We Wilden
Door Johan Stevens | 2 augustus 2010
Waarom jezelf als trainer of trainingsacteur altijd zo bescheiden op de markt zetten?! De diensten zijn waardevol!
Fascinerend, de wereld van marketing. Het intrigeert de laatste tijd steeds meer: hoe krijg je mensen zover dat ze jouw product gaan kopen?! Ik las gisteren in de bibliotheek van Amsterdam een dik boek over dit onderwerp, met daarbij in het oog springende voorbeelden . . . → Lees verder: Échte reclame!
Door Johan Stevens | 23 juli 2010
Klik op het plaatje voor de . . . → Lees verder: Hoe geef ik feedback?!