Splinter had inmiddels een half uur de tijd gehad om het gezicht van de nieuwe interim-directeur grondig te bestuderen. Het was een man van het type hoort-zichzelf-graag-praten. Splinter kon daardoor volstaan met ‘hummen’, knikken en lachen als de beste man ook lachte. Splinter mompelde af en toe: ‘mmm… interessant’ en dat was voor de interimmer (Splinter kon z’n naam niet onthouden) het startschot om nog enthousiaster en meer opgewonden te gaan kletsen. Een stroom van woorden verliet de man zijn mond: ‘resultaat gericht denken’ ‘mindset’ en ‘breed gedragen gezamenlijke visie’. Splinter was als leidinggevende van het salesteam gevraagd om even langs te komen om ‘de grote ommezwaai handen en voeten te geven’. Of beter: om mee te denken over ‘het hoe en wat aangaande het handen en voeten geven van de grote ommezwaai’.Twee dingen waren Splinter opgevallen aan het gezicht van de man. Het ene was dat hij nogal woest met de ogen knipperde, en twee: het kuchte nogal veel op momenten dat hij ergens halverwege de zin niet meer wist… eeh… o, ja: waar hij eigenlijk heen wilde met die zin. Discreet, kort en ‘resultaat gericht’ kuchte de man. Daarnaast was goed te zien dat hij aan beide ogen een ooglidcorrectie had gehad, wat hem iets verdrietigs gaf.
Hoe lang had hij getwijfeld over de ooglidcorrectie? Had hij er ’s nachts in bed met z’n vrouw over gesproken? Had hij haar wakker gemaakt: lieverd, ik zit er toch aan te denken om een plastisch chirurg te bellen.’ En was zijn vrouw toen champagne gaan halen of juist niet? Was het pure noodzaak omdat hij anders niet meer goed kon zien, of was hij vroeger op school vaak geplaagd zodat hij nu last had van chronische onzekerheid?Ondertussen kakelde man maar door en Splinter begon ze zich steeds meer op te winden.
‘ U praat veel, te veel wat mij betreft.’ Splinter had het gezegd voor hij er erg in had. Hij schrok er van, sterker: hij stond perplex.De man keek Splinter verbouwereerd aan. ‘Praat ik veel?’, vroeg de man oprecht geïnteresseerd. Splinter zei: ‘Ja. U praat veel.’‘Dank je wel.’ mompelde de interimmer. ‘Het is een godsgeschenk. Dank je.’ De man keek met z’n grote ogen dankbaar naar Splinter, alsof Splinter hem gered had uit levenslang gevangenschap.‘ Mensen zouden veel vaker …’ de interimmer sprak nu zachtjes. Hij stond op en liep naar het raam. Splinter keek op de rug van de man. Was hij emotioneel? ‘De enige die mij in de rede valt is mijn vrouw. En daarom houd ik zo verrekte veel van haar.’


