Splinter had er twee weken op zitten van ruim 60 uur. Want Splinter, namelijk, doet z’n best. Splinter doet al zijn hele leven z’n best. Enorm z’n best. Tong uit de mond, rode konen. Was vroeger al: toen hij er achter kwam dat hij nooit de grappigste zou worden ging hij met een kamikazeachtig fanatisme z’n best doen om topvoetballer te worden en toen ook dat faliekant mislukte heeft hij nog een tijdje de vingers blauw gespeeld op een piano. Mislukte ook.
En nu as we speak doet hij natuurlijk enorm z’n best als leidinggevende. Leidinggevende van een totaal uitgekleed team: Splinter monterde iedereen op. Ging bij iedereen persoonlijk langs en vertelde met een beangstigend soort bezetenheid dat er een tandje bij kon, nee, zelfs een tandje bij moest.
Eerlijk gezegd had Splinter het enorm gehad met dat z’n best doen. Hij was er spuugzat van maar had geen flauw benul hoe dit te stoppen. Iedereen om hem heen deed namelijk ook nogal z’n best, tong uit de mond, rode konen. Alsof een groot bloeddorstig dier ons op de hielen zit.
Tom bijvoorbeeld. Tom loopt de hele dag net iets te hard over de gang. Tom loopt altijd ietsje naar voren. Hij wil altijd minstens een paar meter verder zijn dan hij is. Anders gezegd: hij heeft steeds het gevoel dat hij achter staat. Een nulletje of 6 en toch nog de hoop koesteren dat het minstens gelijk kan worden. Dat gedraaf en gevlieg doet hij altijd met een appel in z’n mond (zo’n veel te groene) en met de Iphone aan z’n oor. Tom is druk en Splinter denkt regelmatig en sowieso steeds vaker: waarmee eigenlijk? Wat zou er gebeuren als Tom nu dood zou neervallen? Mist de mensheid dan iets? Charlotte, prachtige Charlotte: zelfde verhaal. Ook op een drafje door de gangen. Vaak druk aan het klooien met haar witte Blackberry. Was al twee keer door haar enkel gezakt.
Tijdens de lunch had Splinter vernomen dat er een galopverbod zal worden ingesteld door de interim directeur. Goed besluit. Splinter had wel wat vragen over de uitvoerbaarheid van dit besluit. Misschien een maximum snelheid instellen? Of zou de interimmer het doen zoals moeders het doen in de Albert Heijn: ‘Niet rennen, Jochem, ik zei niet rennen! Hoe vaak wil je dat ik dat nu nog zeg? Moet mama weer depressief worden? Gaan we samen weer een chagrijnig weekend beleven omdat jij het vertikt naar mij te luisteren?’
Plots schrok Splinter op uit deze dagdromerij doordat de deur van z’n kamer open zwaaide en Charlotte naar binnen beende. ‘Ik stop ermee!’ Koket stampte Charlotte haar ene voet op de grond. De armen sloeg ze over elkaar. ‘Ik ben wie ik ben en ga niet meer harder dan nodig. Ik heb knallende koppijn van het nachtelijk gepieker. Ik ga graag de discussie aan over hoe hard hier moet worden gewerkt, maar ik stop ermee!’ Haar onderlip trilde, de tranen sprongen in haar ogen.
Splinter zuchtte.


