Op de keper beschouwd is het vrij beroerd gesteld met mijn verhullende kwaliteiten. Ik ben een kind van deze tijd en vind overal wat van en iedereen zal dat weten. Wanneer ik ergens de pest over in heb trekt er een donkere wolk laag door de straten van mijn wijk. Zeker bij mensen van wie ik weet dat die verbeten blik helpt, effect sorteert, placht ik hem graag te gebruiken. Maar ook als ik blij of opgetogen ben hang ik dit graag aan grote klokken. Zie ik bijvoorbeeld op de Marnixstraat, hartje Amsterdam een leuk winters meisje fietsen, dan schreeuwt mijn gelaatsuitdrukking boekdelen, wat zeg ik encyclopedieën, hunkering, woest hijgend enthousiasme, gevolgd door deemoedige blikken van twijfel en zelfkritiek. Wie is die jongen die met rode kaken in een waterafvoer probeert weg te kruipen?
Mensen zeggen vaak: jij bent zo open! Is niet zo. In de kroeg, in de hippe club, op een feest zijn de verhullende kwaliteiten namelijk plots in topvorm. De laatste paar keer dat ik een club binnenstapte draaide ze Pokerface van mevrouw Gaga en ik vond dat geen toeval. Ik trek mijn kaken strak en beweeg als een Godfather tussen de dansende mensen. Wat ik daarmee hoop te bereiken? Welk doel dat gedrag dient?
Het is eenvoudig. Laten zien wie je werkelijk bent is een hachelijke onderneming, laten we gerust stellen: levensbedreigend. Ik hoef u dat natuurlijk helemaal niet uit te leggen, u weet dit al jaren. Als je laat zien dat je wat nerveus bent, zo aan het begin van het feest, komen de mensen met een grote kring om je heen staan en ze beginnen te lachen en te wijzen. Het smalende gegrinnik gaat al snel over in hatelijk gieren. En plots draait de mensheid zich in gezamenlijkheid van je af en zal je verlaten. Voor altijd.
Gelukkig weet iedereen op het feest van dit dreigende gevaar. Zodoende blijft de status quo gehandhaafd. Niemand haalt het in z’n hoofd, om…
Toch heb ik het afgelopen weekend een zinderend experimentje uitgevoerd. Met een biertje in de hand liep ik naar een aardige gozer met getatoeëerde armen. Ik stelde brutaal voor: ‘zullen we even onszelf zijn?’ Hij keek mij met een frons aan, begon toen te glimlachen en zei: ‘Is goed, we doen het gewoon. Fuck it.’ Hij hield z’n vuist naar voren en we stoten de vuisten tegen elkaar, wat ik leuk vond, maar waarvan ik niet zeker wist of het ‘onszelf zijn’ al begonnen was.
Met een vers biertje bleven we bij elkaar in de buurt. De getatoeëerde armen zochten naar een houding. Armen los langs het lijf of juist over elkaar. Ik wist ook niet goed hoe ik er bij moest gaan staan. Sterker, ik had geen idee. Ik wilde een sigaret opsteken, ik wilde even dansen op een nummer van zangeres M.I.A., maar kon nauwelijks vast te stellen of dit nu wel of niet mezelf was. Of was het slechts een nieuwe verwoede poging om de rest van de mensheid te overtuigen dat ik hip, swingend en smaakvol ben?! De getatoeëerde jongen en ik keken elkaar aan met een groot vraagteken, haalden de schouders op en gingen vervolgens los op Paper Planes de genoemde zangeres.


