Selecteer een pagina

Ik had er ook al een grap over bedacht. Dat ik ga stoppen met cabaret, vanwege te weinig talent en belangstelling en dat ik een afscheidstournee doe langs alle grote theaters. Stadsschouwburg Utrecht, Carré, Theater aan ’t Vrijthof, Spiegeltheater in Zwolle, De Vest Alkmaar. Wie wil de productie ervan doen? Vond ik best een leuke grap.

Maar nu even serieus: ik ga stoppen met cabaret. Ik bén gestopt. En elke keer als ik dat aan iemand vertel zucht ik even, ook dat. En vooral ook: het is goed zo.

Heilig Moeten.

Afgelopen januari gaf ik nog een optreden voor een handvol mensen en ik had toen een cabaretier en acteur uitgenodigd om eens te komen kijken. Misschien zou hij mij kunnen helpen. En na de voorstelling hadden we het samen over de voorstelling. Over een heilig moeten wat misschien niet al te sterk meer was en nog een aantal andere dingen. En ik wist: ik ga er mee stoppen, na zoveel jaren te hebben geprobeerd. Het zit er niet meer in. Dat vond ik met name ook zelf, ik voelde dat in de weken ervoor al.

Wit Schriftje

Al in 1992 schreef ik in een wit schriftje eerste grappen en verhalen. Het was net uit met mijn vriendinnetje Marieke en zag een lege zomer voor mij. Er moest iets gebeuren. Cabaret maken dus.

Tien maanden later speelde ik op de laatste schooldag voor een bomvolle aula. Een half uurtje cabaret. Er werd hard gelachen en ik had een bizar overhemd aan en puntschoenen, een soort cowboylaarzen. Vond ik mooi, ik was 17. Ik wilde graag anders zijn.

De voorstelling ging over onzekerheid en ons geklooi om erbij te horen. Een thema dat mij nog steeds mateloos boeit. Hoe wij denken, over onszelf, hoe we onszelf van alles wijsmaken, hoe we graag echt contact willen en ondertussen vaak glimlachen en zeggen dat het uitstekend gaat ook als dat niet zo is. Hoe ik dat zelf dus ook doe.

Dat we likes nodig hebben, dat we te weinig liefde krijgen, dat we niks kunnen, dat het nooit zal lukken, of: dat we niks nodig hebben, dat we onszelf dat allemaal wijsmaken, al die dingen.

Ik ben gestopt met cabaret. Omdat ik dat podium, die tour langs de Kleine Komedie, langs de Vest in Alkmaar, Diligentia Den Haag enzoverder niet ga halen. Na 26 jaren proberen kan ik die conclusie trekken, toch. En daar deed ik het wel voor, een echte tournee enzo.

Ik heb na het optreden in de aula op school op honderden plekken gestaan de afgelopen 26 jaar. 26 jaar! Dat is echt heel lang. Ik ken vrouwen die toen nog niet eens geboren waren en daar mag ik nu gewoon seks mee! (iemand?!)

Sorry. Ik dwaal af.

Vreugdedansje

Ik deed drie keer mee aan de halve finale van Cameretten. Ik verloor bijvoorbeeld van Marc-Marie in 1999. Ik herinner me hoe uitzinnig ik steeds was als de telefoon ging: ‘ Je bent uitgekozen, je mag mee doen aan het festival. ‘

Vreugdedansjes door de kamer.

Dat was natuurlijk behoorlijk goed, zo’n halve finale maar de laatste keer eind 2016 had ik met mijzelf al afgesproken, dat als het geen finale zou worden (en dus geen tour en geen aanvragen) dat het dan klaar moest zijn. En toen ben ik toch nog een jaartje door gegaan.

Of ik het leuk heb gehad als cabaretier? Ja. Zeker. En verschrikkelijk.

Ik heb geleerd om echt connectie te maken met een zaal en de laatste jaren lachten de mensen ook vaak zat. Ik heb genoten van de drankjes achteraf, van het schrijven thuis in je eentje. Ik heb genoten van het zijn in een theater. De stoeltjes, de lampen, het podium, ook als een theater leeg is, is het zo’n toffe plek. Ik heb een hapje gegeten met Youp van ’t Hek, ik ken er leuke interessante mensen door uit de theaterwereld, cabaretiers, zangeressen, zangers, acteurs.

De mensen zeiden niks.

Ik deed vaak mee aan de Open Bak in de Engelenbak, ik leerde aardige Ben kennen en Arthur. Je mag daar een kwartiertje spelen, ook Youp en Paul de Leeuw deden dat talloze malen daar in de jaren 80. En bij mij, teringjantje, zo vaak bleef het stil. Maar echt: stil.

In razernij en verbijstering ging ik van het podium na het kwartiertje. Wat ging er mis? Wat. Ging. Er. Mis.

Naderhand stond ik dan in een hoekje van de foyer en dan liepen de mensen langs en dan zeiden ze niks. Dat is erg. Als ze niks zeggen.

Ik sloeg wat biertjes achterover, ik leerde weer nieuwe mensen kennen, Ronald Goedemondt sprak mij toe, Jochem Myer bleek heel aardig, iemand adviseerde te stoppen en toch ging ik door.

Ik herinner me dat ik zo slecht tegen goedbedoelde troost kon, als iedereen wist dat het gewoon niet goed was. Soms ging ik teleurgesteld van het podium omdat er slechts drie keer heel erg voorzichtig gegrinnikt was, zoals je zeg maar op een crematie grinnikt, heel voorzichtig dus.

En dan was er een vriend mee die ’t ook niet meer wist en die zei: ‘Het is echt een heel mooi verhaal. Het is meer een verhaal dan cabaret.’ Au!

Dodelijk? Ja, enorm voor die vriend. Er is nog voorzichtig gegrinnikt op zijn crematie. ik wilde dat het dak er af ging, los moest het!

Het hoogtepunt van alle jaren? Een optreden in Meppel voor de leraren van een school (ik maakte een show voor bedrijven) was prachtig en dat om half 10 ’s ochtends met best wel slechte zaalverlichting.

Het laatste Cameretten optreden, een show in Zuidplein, de voorronde voor Cameretten, niet vaker lachten ze zo hard. Te leuk.

Grote Avond

Melancholisch kijk ik terug op 1994 toen ik op de Grote Avond in een warme en zonnige juniweek vier avonden een half uur mocht vullen in Odeon in Zwolle. Odeon is een zaal als de Kleine Komedie. Prachtig dus. Om een uur of half 5 naar het theater, als een echte artiest, voorbereiden in de kleedkamer, in de voyer een hapje eten, allemaal erg stoer en dan die spanning, drie keer plassen en dan… het toneel op. En dat ik na de eerste avond vond dat er na dat ene liedje nog wel een grappiger stukje kon komen en dat ik dat die middag schreef en dat het werkte: de grappen over een conrector sloegen in als een bom!

Youp van ’t Hek zei tijdens het etentje in 2002 tegen mij toen ik vroeg om een tip:

‘ Je moet schrijven, schrijven, veel blijven schrijven. Dan vind je je toon, je ritme.’

Dat heb ik gedaan. En die toon, dat ritme heb ik gevonden. En dat schrijven is misschien – hoewel ik het vergezicht van de roem zo aantrekkelijk vond – wel een grotere liefde, dan scènes voorbereiden, repeteren tot je erbij neer valt. Ik voel me tijdens het schrijven van stukkies blij en verbonden met de liefde van de mensen, de tranen, het geworstel, gedoe.

Ik heb al een mooi nieuw plan. Fijn dat het zo concreet is. Ik ga copycoaching geven. Hoe schrijf je echt coole blog die mensen inspireert? Hoe schrijf je teksten op je site die mensen snappen?

Leren inspireren

Ik ga trainers, therapeuten en andere toffe types die een mooi verhaal hebben te vertellen helpen om dit in blogs en op hun website en op social echt inspirerend en boeiend te doen. Vaak is de copy vaag en afstandelijk en cryptisch en nou, ja, zeg maar saai. Zonde want de inhoud is vaak zo inspirerend voor mensen die er helemaal door heen zitten, zich kloten voelen of eenzaam.

Of ik nooit meer op een podium ga staan? Nou, dat denk ik wel toch. Ik verzin vast een list. Maar dan zeg ik gewoon niet dat het grappig is en blijk ik volslagen onverwacht toch een grap te maken.

Dat zijn de leukste, toch.

Als jij ook elke week een copywritingtips wil ontvangen zodat jij jouw verhaal, je visie, je kennis over de mensen vetter kan opschrijven, laat hier je mail achter.

(foto: Cameretten 2002)