Hieronder lees je een aflevering van De Optimist, de verhalenserie over een man die op zoek is naar De Allesverzengende Liefde. Je weet wel: de liefde die alles goed maakt, waardoor je je altijd gelukkig voelt en nooit meer zorgen maakt. De Optimist gaat van date naar single strandfeest, gaat op zijn bek en probeert altijd weer op te staan. Want de liefde moet te vinden zijn, toch?
De Nacht van De Dikke Kont was inmiddels een halve week geleden. De Optimist had niets gehoord van Clarissa en ook niet van Fransje. Vreemd. Clarissa zou toch woedend met Fransje bellen? En dan zou Fransje woedend voor zijn deur staan? Ze zou de deur binnenvallen en schreeuwen dat De Optimist een lul was, een klootzak.
‘Deze vriendschap is voorbij, focking idioot. Je bent echt gestoord, gestoord ben je!’ Dat zou ze zeggen.
Fransje had eens verteld over een ex die was vreemdgegaan.
‘Ik heb godsakke met borden staan gooien, jammer dat het niet gefilmd is.’
‘Met borden, alleen met borden of met meer servies?’ had De Optimist geïnformeerd, altijd geïnteresseerd in details.
‘Ik had een vol glas wijn van de tafel geslagen.’
‘Oh, boeiend. Was de rode wijn toen op een witte muur kapot gekletst? Of zeg je dat niet zo… gekletst?’
‘Ja, het was op de muur kapot geknald, zo wil ik het graag noemen. Pats! Patsssss.’
‘En stond er toen in rode wijn een woord op de muur? “HELP”? Of misschien “I’m a bitch and I love it?” Of nee, dan had je echt wel een fles wijn nodig gehad. Een glas is dan te weinig. Daar kun je hooguit HE mee op de muur schrijven.’
‘Heb je weleens iemand met je vlakke hand in het gezicht geslagen? Echt vol? Dat voelt verdomde goed, kan ik je zeggen.’
De Optimist hield van deze gesprekken met Fransje. Het kon alle kanten op gaan, vooral de verkeerde kant, maar dat was nu zo goed als zeker voorbij. Over. Schluss.
Maar hij had nog niets gehoord. Misschien had Clarissa nog geen contact opgenomen met Fransje? Of Clarissa had zich op een hersenpan gestort, was ze een tumor gaan verwijderen of een hematoom. Zou ze dat nu wel kunnen of zouden er onschuldige slachtoffers vallen?
Straks moest ze denken aan zijn snijdende woorden en moest ze opnieuw huilen. Of, nee, eindelijk huilen, dat had ze die nacht niet gedaan. Dus terwijl ze daar met haar groene pak boven een hersenpan hing, zou er een traan vallen, die zou zo in de prefrontale cortex vallen. Of op de amygdala. Wat zou een zoute traan doen in die amygdala?
Daar zat het angstcentrum. Dat we allemaal zo zenuwachtig rondjes rennen op deze aardbol, zenuwachtig over wat iemand op het werk zei, zenuwachtig of we wel genoeg croissantjes hebben voor het kerstontbijt, zenuwachtig voor alles eigenlijk, dat kwam door dat kleine stukje in onze kop. Een traan is zout, toch? Zou de man, de vrouw, de eigenaresse van die amygdala nog angstiger worden met die zoute traan?
En nu? De Optimist wist niet of hij stil moest blijven, zelf even bellen met een zonnige stem, niets aan de hand, wat niet weet, wat niet deert.
De Nacht van De Dikke Kont. Fout, fout, fout.
En ook: waarom had er nog geen krant gebeld voor een interview? Fatshaming was toch een ding? Het was toch enorm in opkomst dat dat absoluut niet kon? Moest De Optimist een krant bellen?
‘De Nacht van De Dikke Kont – hoe een sympathieke man, leuk voor bejaarden, zo de fout in kon gaan.’
‘Ja. We zitten hier met De Optimist…’
‘Zeg maar Timberlake. Ik noem mezelf graag Timberlake.’
‘Oh, van Justin…’
‘Nee, dat heeft er niets mee te maken.’
‘Oh. Hoezo noem je jezelf Timberlake dan?’
‘Kijk naar mij. Ik ben een Timberlake. Maar hé, focus!!! Je wil wat weten over De Nacht van De Dikke Kont.’
‘Zeker. Je hebt een vrouw gekwetst en daar gaan we het over hebben. Jijzelf noemt het De Nacht van De Dikke Kont. Mag ik daar van maken De Nacht van de Dikke Klootzak?’
‘Tuurlijk, Mariska. Ook al ben ik slank, sinds een paar jaar: De Nacht van De Dikke Klootzak.’
‘Precies. De Nacht van De Dikke Klootmongool en Hufter.’
‘Omdat ik tegen die vrouw zei, deze neurochirurge, dat ze een dikke kont had? De Nacht van De Dikke Kont, klinkt goed. Ik denk altijd in boektitels. Of in albumtitels. Ik vind zoveel albumtitels zo vet… The Fat of the Land. Blood. Sugar. Sex. Magik. Of deze: The Miseducation of Lauryn Hill! Goede titel. Perfect.’
‘Ik heb eens Jeugd van Tegenwoordig geïnterviewd, maar dit lijkt lastiger te worden.’
‘The Immaculate Collection! Goed. Focus. De Nacht van De Dikke Kont. Dat zou een titel van een boek kunnen zijn. En de cover zou dan blauw zijn, zoals de lucht, en dan centraal in beeld een tekening van een frietje. Een puntzak friet met mayonaise en dan een peuk erin uitgedrukt.’
En dan zou De Optimist gaan staan met die verbaasde interviewer daar zwetend op die stoel voor hem. En hij zou theatraal zeggen:
‘What’s the Story Morning Glory?’ Fatshaming, belangrijk onderwerp.’
‘Je voelt je niet schuldig na wat je hebt gezegd?’
‘Wel. Heus. Tuurlijk. Uiteraard. Off course. Mais oui, bien sûr. Nee maar echt.’
Er viel een stilte. De Optimist keek naar beneden.
‘Echt.’
Hij zou een traan proberen.
En dan:
‘Maar waar we over moeten praten is: hoe lang ga ik me wentelen in schuld en schaamte? Hoe lang? Ik wil maanden horen. Uren. Hard en Zielig. Godsamme, dat was een titel! Yes.’
En die journalist zou steeds meer met haar ogen gaan knipperen en met haar mond gaan trekken. En dan na een kleine pauze:
‘Yellow Brick Stone.’
En dan zou er een stilte vallen. En dan zou De Optimist met een stalen gezicht zeggen:
‘Yellow Brick Stone?’
‘Ja! Van Elton John.’
‘Volgens mij is dat Goodbye Yellow Brick Road.’
En dan zou De Optimist zeggen:
‘Wil je nog een koffie?’
De Optimist belde een krant, maar die zeiden dat het agendatechnisch lastig uitkwam. Hij belde nog een krant en die zeiden:
‘Waarom is dat voor onze lezers interessant, Timberlake?’
En De Optimist had een verhaal gehouden over fatshaming en dat dat in de kinderschoenen stond, althans de druktemakerij erover.
‘De anti-fatshamingbeweging komt nu echt op stoom, maar over een paar jaar, 2020 enzo, dan zal dat booming zijn.’
De vrouw aan de andere kant van de lijn was even stil.
‘De Nacht van De Ultieme Klootzak.’ Ze zei het mijmerend, alsof ze aan het proeven was of het iets was. Misschien ook als live concept.
‘We zouden dan wel als insteek willen kiezen: waarom mannen klootzakken zijn.’
‘Wat?’ De Optimist zag deze toch even niet aankomen.
‘Gaan we persoonlijk worden? Het ding is: ik ben geen klootzak, snapt u. Ik ben wanhopig, dat is alles. Onhandig. Ik zou nooit op internet over iemand roepen dat ze een lelijke rotkop heeft, nooit. Die vrouw met die overbeet, die krijgt zoveel shit over zich heen en dat vind ik heel bizar. Ik meen het.’
De Optimist hing op, en op hetzelfde moment ging de telefoon. Fransjedansje las hij in z’n scherm.
‘Fransje. Hallo.’
‘Vriend. Hoe is het?’
Ze klonk ontspannen.
‘Goed. Hoezo?’
‘Je was bij die man geweest toch, Peter? Je was met hem naar ’t ziekenhuis geweest.’
‘Ja. Klopt. Maar… ik had nog wel meer gedaan afgelopen dagen.’
De Optimist zou het goed hebben gedaan in de middeleeuwen. Hij zou zelf naar het plein de stad zijn gaan rennen, recht op de beul en de guillotine af.
‘Hallo! Hier ben ik! Neem mijn hoofd, neem mijn leven!’
‘Hoe was het bij Peter?’
‘Ja, eeh, we zijn in het ziekenhuis geweest en de specialist zei tegen mij dat hij kanker heeft. Ik hoorde het als eerst.’
‘Och.’
‘Ja.’
‘Zo lief dat je dit met hem doet. Echt. Ik zou het ook moeten doen, vrijwilligerswerk, maar ja, dat zeg ik al jaren.’
‘Ja. Kleine moeite.’
‘Ik vind het mooi. Echt respect.’
‘Nou, ja. Dit doe ik dan toevallig goed. Maar jij weet als geen ander: ik heb ook een hoop klote eigenschappen.’
‘En hoe gaat het nu verder?’
‘Je bedoelt met Peter?’ De Optimist wachtte op de scheldpartij. Wanneer kwam die nou?
‘Ja, met Peter.’
‘Ja, dat… dat wordt euthanasie.’
‘Oh. Verdrietig. Maar soms is het beter om zelf de stekker eruit te trekken. Als het te veel pijn doet, als het allemaal kut en kloten is en uitzichtloos.’
‘Ja, precies. Zelf de stekker eruit trekken. Dat is soms het beste.’

No comment yet, add your voice below!