Hieronder lees je een deel uit de verhalenreeks rond de Optimist. De Optimist heeft vreselijk zin in de liefde. En hij gaat er voor! Hoe doet dingen. Hij laat het er niet bij zitten. Mooi om te zien. Zo dapper. Zo wanhop… zo strijdbaar.
ps. ik ben Johan en ik schrijf columns én fictie. Hieronder is fictie. Je kunt elders op de site columns lezen.
De Optimist stond in z’n woonkamer, deed z’n jas uit en gooide deze over een stoel. Z’n gezicht nat van de regen. Het was donker en stil. Boven bij de buren spoelde een toilet door. De Optimist bleef staan midden in de woonkamer. Hij haalde diep, zo diep mogelijk adem. Kalm blijven. Rustig blijven. Hij fluisterde: ‘Het komt goed, het komt goed, het komt goed. Misschien, ooit, vast.’ Hij dacht aan de avond die komen ging, voelde een knoop in z’n maag. Er was niets gepland. Er zou niemand langskomen, niemand op de bank kruipen. Niemand zou zeggen: ‘Gezellig huis, man. Echt.’ Hij keek naar de bank, naar de muren.
Hij stak een sigaret op, z’n gezicht lichtte op in de donkere kamer. Hij nam een trekje, en nog een trekje. Hij bleef nog minuten staan. Toen liep hij naar de keuken, pakte een glas water en ging weer terug naar de woonkamer. Hij zag de struiken krom staan, het waaide, het zou nog harder gaan waaien. ‘Het kan gaan spoken,’ had de weerman gezegd. Hij nam een slok, zette zijn glas neer. Hij keek naar het glas, pakte het glas op en in een flits zag hij zichzelf het glas kapot gooien, nee, smijten tegen de muur. Hij zette het glas weer neer. Hij keek z’n kamer rond, de bank was stil, de planten deden alsof er niets aan de hand was, de muren hielden hun adem in.
De Optimist was net thuisgekomen van het bejaardencentrum, dichtbij het park. Daar ging hij vaak heen, hij had een woordspelletje gedaan met dementerende bejaarden, met Gerri en Marta en Til. ‘Ik heet Til, van Mathilde.’
‘Oké, Til, plaatsnamen met de V, jij begint.’
‘Veendam, Veenendaal, even denken… Vamsterdam!’
Ze glimlachte daarna breed en tevreden.
‘Je had comédienne moeten worden, Til!’ zei de Optimist dan.
‘Nou, zeker, dat was beter geweest dan juf,’ zei Til.
De Optimist schopte z’n schoenen uit, door de woonkamer. Hij raakte een kaarsenstandaard die omviel. Aan het begin van de week had hij al geappt, met wel vier vrienden. ‘Drankje doen?’ Sommigen hadden niet gereageerd, vriendin Marlon pas na drie dagen. ‘Nee, kan niet.’ De nonchalance. De ‘ik ben druk, druk, druk, duizend ballen in de lucht, dit en dat.’ De Optimist haalde heel diep adem en blies zo langzaam mogelijk uit, hij bleef staan in de woonkamer.
Bij de bejaarden was deze middag een studente geweest, die kwam helpen. Dat gebeurde zo nu en dan. Dan ging de lift op de derde open en dan stond er ineens een jonge vrouw op de afdeling. Gerri zei dan standaard: ‘Weer een nieuwe kop.’ De Optimist stond dan vlug op, als senior vrijwilliger en zei: ‘Geef acht!’ Dat laatste had hij nooit echt gedaan, maar hij had er altijd zin in. ‘Geef acht!’ De ruimte werd lichter, de muffe geur van de kamer waar aan een ronde tafel de bejaarden zaten te staren, verdween. ‘Ha! Een nieuw gezicht!’ En wat voor eentje, een prachtig gezicht met bruine ogen en sproetjes!
‘Wat leuk dat je een middag komt helpen,’ had de Optimist gezegd. ‘Wat doe je voor studie?’
‘Stedenbouwkunde. En ja, zeker, ja, is een project, vanuit de uni.’
‘Ik heb ook op de uni gezeten!’ Godverdomme. Wat lulde de Optimist nou, dat was helemaal niet waar. ‘Ik bedoel, ik heb… ik ben therapeut, op papier.’ Dat laatste was wel waar. Maar deed niet ter zake. ‘Ik vind Michael Jackson echt tof wat betreft muziek. Hier luisteren we Mozart of Bach.’ Dit deed ook niet ter zake, maar de jonge vrouw glimlachte toch.
‘We luisteren Beethoven hier, dát luisteren we! Godverdegodver.’ Gerri kon wat buiig zijn, maar plots bij een stuk muziek zei ze met een kraak in haar stem: ‘Oh ja, dit is zo mooi.’
De Optimist wist dat dit een kans was, hij hier en deze vrouw hier. Want de Optimist was erg leuk met oude mensen. Net als dat hij heel leuk was met heel jonge mensen, met kinderen. Hij had alleen wat moeite met alles tussen de dertig en vijftig, maar daarbuiten was hij het vrolijkste zonnetje in huis. Dan moest hij wel normaal gaan doen. Nu meteen. En kalm. En ontspannen. Dit was een kans om te laten zien hoe bijzonder hij was, want dat vond de Optimist ondanks alles. Ook al ging hij in de weekenden alleen naar de bioscoop, alleen een rondje door het bos doen, toch was hij een bijzonder persoon en er zou een dag komen dat de wereld het zou zien. Er zou een dag komen dat hij te gast zou zijn bij Zomergasten. En dan zou hij fragmenten laten zien en dan zouden de mensen zeggen: ‘Dat is toch een bijzondere man, hoor. Zo integer en grappig en echt. Hij snapt echt heel veel van de menselijke conditie.’ Misschien zouden de mensen het niet zo zeggen, maar toch wel met die strekking. Ooit was er een leraar geweest, hij was zestien jaar oud, die had ineens geroepen: ‘Jaaaa! Applaus voor deze man, applaus.’ De Optimist was teruggekomen van het toilet en toen was er plots applaus geweest, joelend applaus, tijdens het zesde uur, tien over twee. Een prachtig moment in zijn leven. Het was dik dertig jaar geleden, maar smaakte naar meer.
‘Ik zal je even voorstellen aan de dames.’ De Optimist deed het charmant, met een grapje, dat voorstellen, hij deed het met liefde, hij was in vorm, althans, dat vond hij zelf en dat was een begin.
De Optimist zag daarna hoe de jonge vrouw haar haar steeds achter haar oor deed en hoe ze naar de oude mensen keek, haar aandacht volledig op hen, haar hoofd een beetje schuin.
Stel nou dat er een klik komt. Dan kon hij haar vragen om gewoon nog even wat te drinken. Dat zou hij doen, als ze beneden waren bij de fietsen.
‘Zo, heel leuk dat je er was. Nog even wat drinken?’
Gewoon heel normaal, heel erg gewoon, een drankje, niets aan de hand. Hoeveel mensen doen dat op dit moment, op een zaterdagmiddag waar het best stevig waait, een drankje? Nee, maar echt. Serieus. Godsamme. Hoeveel mannen, hoeveel vrouwen vragen nu niet aan elkaar: drankje doen? En dan zijn er ook velen die dan ja zeggen, hè? Omdat ze het voelen in hun lijf, die ‘Já!’ Er zijn mannen die zien een vrouw en voelen ‘Já’ en er zijn dus ook, echt waar, vrouwen die dat bij een man hebben, of mannen. ‘Já!’ Dat gebeurt gewoon in het echte leven. En De Optimist had veel mankementen, maar hij leefde wel in het echte leven. En dan kon het toch gebeuren dat het zo onfatsoenlijk goed klikte dat er spontaan nog een biertje werd gedaan én een pizza. Hysterisch, maar het kon. Een pizza, een onfatsoenlijke pizza. Een ranzige, druipende pizza. Zo kon het gaan. Echt. Zo ging het. Zo ontstonden huwelijken! De Optimist wist niet goed waarom dat in zijn leven zo ontzettend weinig gebeurde, maar het zou zeker eens gebeuren. ‘Já, ja, Optimist, ja, pizza, heerlijke pizza, pizza en meer, meer, met jou!’
En dan, dan zouden ze samen thuiskomen en dan zou het huis niet stil zijn, maar woest gezellig zijn. En dan zou het buiten misschien waaien, maar dat was dan geen punt — fock it — een beetje wind.
En dan kon het gebeuren, dat gebeurde in het echte leven, dat mensen elkaar daarna wéér willen zien! En dat er seks zou zijn. En dan is er neuken en zachtjes in lippen bijten en stevig billen vastgrijpen. Bijvoorbeeld onder de douche, maar ook in de woonkamer op de grond. Wel acht keer in de week. De Optimist keek naar die grond, naar het laminaat. Hij zette de kaarsenstandaard weer overeind.
De Optimist kreeg een appje. Hij schrok van het geluid en las: ‘Nee, man, helaas, ik kan niet. Alles lekker verder?’ De vriend had zowaar binnen 36 uur gereageerd, heel netjes. Nee! Nee! De Optimist zei het hardop. Dit niet, geen cynisme. Dat niet.
De Optimist deed z’n mobiel terug in z’n broekzak. Buiten was de straatverlichting aan.
Hij was in de kleine lift samen met de studente naar beneden gegaan. Ze had haar fiets op twee meter van De Optimist staan. Hij had gezegd: ‘Misschien zin om nog wat te drinken? Benieuwd naar het steden bouwen, want ja, er moet wel veel gebouwd worden.’ De Optimist was op compleet verkeerde momenten lollig, dat wist hij ook wel. ‘Lekker bouwen! Allemaal gebouwen! Haha! Hilarisch!’
Ze glimlachte sympathiek. ‘Oh, had gekund! Maar ik heb zo een etentje!’
‘Oké, no problem. Hier, zet je nummer in mijn mobiel.’
De vrouw aarzelde even, nam toen de telefoon over en typte haar nummer in, maar al snel stopte ze en zei: ‘Nee, toch niet. Voelt niet alsof ik mijn nummer moet geven. We zien elkaar hier wel, ik kom zeker eens terug. Lieve mensen, hoor.’ Ze gaf de telefoon terug.
Toen fietste ze weg. Ze deed het V-teken en zei vrolijk: ‘Doe doe!’
‘Wacht eens. Wat zei je nou? Voelt niet alsof jij jouw nummer moet geven?’
‘Ja, klopt. Maar ik moet gaan.’
De Optimist bleef staan met z’n fiets tussen zijn benen en zag haar wegfietsen en aan het einde ging ze naar rechts, het park in. Hij herhaalde zacht wat ze had gezegd: ‘Voelt niet alsof ik mijn nummer aan jou moet geven.’ Het afwijzen was de laatste jaren enorm veranderd. Het was professioneler geworden. ‘Heel gezellig afspreken met jou. Je bent een mooie man. Ik voel alleen geen echte fysieke klik.’ Dat soort zinnen. ‘Wat was dit een heerlijke wandeling. En zo fijn dat je niet zo… haantjesachtig bent. Ik wil het wel hier bij laten, want een diepere verbondenheid voel ik niet.’
‘Je wil niet neuken?’ Dat had De Optimist gezegd, met een brede glimlach.
‘Haha, het was echt fijn. Maak dat niet kapot, oké?’ De vrouw had hem een knuffel gegeven. De Optimist was met z’n armen naast zijn lijf blijven staan. Hij was geen haantje, hij was een wezel.
De Optimist pakte nog een sigaret en ging op de grond liggen in de woonkamer. De asbak legde hij op zijn buik. Hij sloot z’n ogen. Hij nam een trekje. Bij de buren klonk muziek. Hard, dat gebeurde niet vaak. Het was Happy van Pharrell Williams. Hij hoorde gelach.
De Optimist pakte zijn telefoon.
FOCKING SPANNEND, niet? Lees deel twee, daar komt De Optimist op de galerij de mooie buurvrouw tegen. De ongemakkelijke buurvrouw. Die niet te harden zo mooie buurvrouw. Ze nodigt hem uit voor een drankje. Hoe loopt dat af? Lees hier je mailadres achter om te weten hoe dat afloopt.
Of scan deze code.


No comment yet, add your voice below!