De Optimist is een man vol… eeh… optimisme. Op zoek naar de allesverzengende grote liefde gaat hij naar Speeddates, single feesten en netwerkborrels. Hieronder lees je het verhaal van Kerstavond. Op die avond – toch best onverwacht had De Optimist zomaar een date. In een café. 

Of word nu lid van mijn Substack hier. 

De Optimist had een date en er werd gelachen. En er was champagne. En er waren blikken, die lang bleven hangen. En er waren bitterballen en het was Kerstavond en er waren lichtjes in het café en de barjongen en het barmeisje droegen een kerstmuts. Het barmeisje had zich nogal feestelijk gekleed met een decolleté waar De Optimist sowieso niet naar ging kijken. Daar was hij wel heel gespannen over, over dat niet kijken, want niet kijken naar een decolleté deed hem vaak denken aan dat ene experiment met kinderen en een schaal spekjes voor zich en dat die kinderen dan niets mochten eten, dat mislukte dan altijd compleet. Maar, als je iets graag wil – niet kijken naar een decolleté bijvoorbeeld – dan kon het zeker lukken, daar moest De Optimist op vertrouwen. Ook omdat hij had besloten dat het nieuwe jaar, wat bijna beginnen zou, een thema had. En het thema was: vertrouwen.

Want er was dus champagne en er was die date tegenover hem aan het kleine, intieme tafeltje met bierfiltjes, een kaars, haar mobiele telefoon. De date, Henrike, had bruine krullen, bruine ogen, sproetjes en Fransje zou later zeggen: ‘Zit je dit nou te verzinnen? Die dates van jou zijn altijd facking knap!!’ En Henrike wreef met haar wijsvinger steeds zacht over haar bovenarmen als ze luisterde. ‘Praat ik niet te veel,’ vroeg De Optimist. ‘Ik vind het leuk om je verhalen te horen.’ De Optimist slikte wat weg en voelde voorzichtig een erectie opkomen.

Hij keek af en toe wat langer betekenisvol in de ogen van Henrike. Bij het tweede glas champagne zei ze: ‘Wat is dit? Zit je me verlegen te maken?’ Daarna lachte ze hard. Ze legde eens een hand op zijn hand. De Optimist zei: ‘Je hand zweet wat, wat heeft dat te betekenen?’ en begon daarna zelf hard te lachen.

Henrike vertelde over haar moeder die was overleden en haar ogen werden vochtig. Dat was natuurlijk fantastisch, die tranen, dit was absoluut een hoogtepunt van misschien wel de afgelopen maanden. Hij wilde het bijna zeggen: ‘Dat jij hier nu zit te huilen dat is gewoon schitterend, prachtig. Een volgende stap is dat ik je troost en dan beteken ik iets voor je, dan beteken ik iets voor iemand, dat wordt echt tijd dat ik betekenis krijg, het maakt in principe niet heel erg uit voor wie, maar dat jij het bent is zeker echt cool’ Dat zei hij natuurlijk niet, want hij had veel geleerd van zijn dateleven tot nu. Bijvoorbeeld over die dingen die je wel zegt en dingen die je niet zegt.

Toen ineens had Henrike gezegd: ‘Kom eens hier met je hand.’ Haar hand lag open op tafel, tussen de kaars en haar mobiel in. Precies op dat moment liep het barmeisje weer langs en De Optimist zag nu de tepels van het barmeisje door de donkerblauwe stof van haar blouse, wat uitermate slecht getimed was, maar hoe kon De Optimist dit aan zien komen? Dit was gewoon het lot en zijn blik bleef net een fractie te lang hangen. Het zou verdorie helemaal geen gek idee zijn om eens regionale kampioenschappen ‘Niet naar decolletés kijken’ te houden. Daarna keek De Optimist met een gespannen gezicht naar Henrike en legde zijn handen op haar handen. Hij ging dit niet verpesten, hij ging dit niet verknallen. Ook een zin die je wel moest denken en niet moest uitspreken. En hij zei: ‘Ik ga dit niet verknallen.’

‘Wat?’ Henrike keek verbaasd.

‘Dit staren, ik ga winnen met lang staren.’

‘Oh! Dat!’

Henrike en De Optimist keken elkaar lang aan, zijn erectie zong een zacht vrolijk liedje en het barmeisje liep nog eens langs en pakte van een tafeltje verderop een glas en moest daardoor flink vooroverbuigen, maar dat kon De Optimist aan. ‘Ik blijf gewoon kijken, hoor,’ zei De Optimist terwijl hij wat rechtop ging zitten.

‘We doen nog een drankje, oké?’ Henrike deed haar hoofd schuin en beet op haar lip.

‘Beet je nou op je onderlip, Henrike?’ vroeg De Optimist. Hij begon overmoedig te worden.

‘Nee.’ Henrike keek serieus. Plots. ‘Ik beet niet op mijn onderlip. Waarom zeg je dat?’ Ze trok haar hand terug.

De Optimist schrok. Hij kreeg het warm, heel warm. ‘Sorry, dat was een gekke opmerking.’

‘Ja, gekke opmerking,’ zei Henrike terwijl ze met haar ogen een stel volgde dat buiten langsliep, de schouders hoog opgetrokken. De Optimist wist niets te zeggen. Hij zocht naar woorden eb keek naar Henrike en Henrike keek naar hem. De Optimist haalde eens de schouders op om tijd te winnen. Ook wel lichtgeraakt, toch, dacht hij.

Toen begon Henrike keihard te lachen. ‘Je trapte erin! Hahaha!!! Je had je gezicht moeten zien. Ja, tuurlijk beet ik op mijn onderlip.’ Ze sloeg op de tafel, het barmeisje keek even om, en daarna deed Henrike haar armen boven haar hoofd en maakte een dansje zittend op haar stoel. De Optimist probeerde mee te lachen, maar dat zou pas later goed lukken. ‘Oh jee. Ik dacht al. Hahaha!’ zei De Optimist.

En toen, plots, rook hij het. Hij rook een sterke geur, die hem niet eerder was opgevallen. Hij rook poep. Onmiskenbaar poep van een hond. En terwijl Henrike iets vertelde over een coverband waar ze een maand in had gezeten – over de speakers klonk Creep van Radiohead – keek De Optimist zo stiekem mogelijk onder de tafel naar zijn sneakers. En daar zag hij inderdaad een grote lichtbruine plak hondenpoep, op de hak van de witte zool van de witte sneakers.

‘We kunnen ook ergens anders wat drinken,’ zei Henrike. De Optimist knikte. ‘Ik heb een fijn huis. En Sambuca,’ zei Henrike, nu geheimzinnig over de tafel leunend. Haar borsten pletten tegen de tafel. De Optimist wierp er een blik op en Henrike stond op en deed haar sjaal om haar nek. De Optimist glimlachte naar Henrike. Hij probeerde zijn gedachten op de goede volgorde te zetten, maar moest wel eerst dan weten wat hij allemaal dacht. Een schitterend barmeisje, een schitterende date die op hem wilde liggen, zoveel was duidelijk, en poep onder zijn schoen. Op Kerstavond. Soms is het leven gul met onverwachte gebeurtenissen, als een grote doos stort het leven alles over je uit. Alsof het leven zei: ‘Hup, ga maar lekker spelen!’

‘Eerst even naar het toilet!’ zei hij toen.

Hij liep naar het toilet van het café, een toilet dat zo klein was, je kon amper je broek naar beneden doen. Hij had wel eens willen poepen in dat café. Terwijl hij de deur op slot deed, kwam iemand aan de andere kant van de deur het urinoir gebruiken. Ook daar kon je nauwelijks bewegen, je zat met je kont meteen tegen het ieniemienie kraantje, maar er waren belangrijker zaken: de poep van de schoen krijgen. De Optimist keek naar het toilet waar de bril los op zat, een halve rol wc-papier lag op de vloer, de vloer was nat. De muren waren beklad met teksten en grapjes. ‘Niets is makkelijk in dit leven, behalve plassen onder de douche.’ J. Ook stond er: Kakkerlakken! En: Wiskunde A geeft rust.

De Optimist deed zijn schoen uit en zette zijn voet op de rand van het toilet en hij voelde meteen vocht, zeik dus. Niet nu, niet nu, niet op dit moment moest alles misgaan. Godsakke. De Optimist trok door en maakte het toiletpapier een beetje nat en begon te boenen. Ondertussen hoorde hij iemand aan de deur van de wc morrelen. ‘Ik ben bijna klaar! Ga maar bij de vrouwen!’

De Optimist moest Henrike even op de hoogte houden, dit kon nog een paar minuutjes duren. Hij pakte zijn mobiel uit zijn broekzak, voorzichtig met twee vingers, want hij had ook het gore toiletpapier in zijn hand, en terwijl hij zijn mobiel uit zijn broekzak omhoog viste, viel deze tussen zijn vingers naar beneden en kletterde op de kletsnatte vloer. In een flits pakte hij de mobiel van de grond, de plas drupte van de mobiel, hij pakte snel wc-papier om eerst dit schoon te maken, waarbij zijn schoen uit zijn hand viel, op de grond in de plas, op de zijkant. De witte gympen van katoen zogen als een razende de pis op de grond in zich op. De Optimist deed zijn mobiel met nog wat plas eraan in zijn kontzak en greep de schoen, de witte sneaker. Hij vloekte en moest ondertussen nodig Henrike even bellen. Er begon iemand op de deur te rammen. ‘Gozer! Kom er even af man, ik moet schijten!!’

‘Ja! Ik kom! Het is hier heel vies! Ga maar bij de vrouwen.’

De Optimist belde Henrike, verloor bijna zijn evenwicht en zette zijn voet op de grond. Nu had hij een kletsnatte sok.

‘Lukt het?’ vroeg Henrike.

‘Nee. Ik heb een fysiek ongemakje. Momentje.’

‘Oké. Ik wacht wel.’

‘Nee. Ga maar. Ga maar naar huis. Dit komt niet meer goed. De wereld is vol leuke mannen! Ik moet even wat regelen, hier.’

De Optimist hing op. De gozer aan de andere kant van de deur klopte nog een paar keer keihard. ‘Ik geef je tien seconden en dan trap ik de deur in.’

‘Doe! Doe dan! Dan duw ik mijn schoen met poep in je gezicht!’

De Optimist belde Henrike weer. Ze nam direct op. ‘Nee! Je moet niet gaan, natuurlijk moet je niet gaan. Blijf even, ik ben zo klaar.’ Hij drukte haar weer weg.

Het bonzen op de deur werd harder. Plots was De Optimist er klaar mee. Hij opende de deur en duwde de poepschoen naar voren. Een gozer met een blond matje, hip type – zou zo een vriend van De Optimist kunnen zijn, dacht De Optimist vreemd genoeg – deinsde achteruit.

‘Gadverdamme gast!’

‘Ja! Vies! Vind ik ook! Goor!’

De gozer draaide zich om en ging. ‘Wat een mongool ben jij zeg.’

De Optimist wist niet wat hij moest doen. Zijn sok was doorweekt, zijn schoen nog vies. Hij belde Henrike weer, hield de telefoon tegen zijn oor en boende ondertussen met een nat wc-papiertje de stront van de schoen.

‘Het gaat niet helemaal goed.’

‘Wat zeg je?’

‘Het… het gaat niet helemaal goed.’

‘Wat gaat niet goed?’

‘Fysiek ongemakje.’

‘Oh.’

‘Ik weet niet wat hier allemaal gebeurt, maar ik had poep onder mijn schoen en dat vond ik zo stom en ongepast voor een date, dus ik wilde het even schoonmaken. Maar nu is mijn hele sok nat van plas. Ik heb een poepschoen en een plassok. We kunnen beter na kerst verder daten.’

‘Wacht. Ik kom er zo aan.’

Henrike verbrak de verbinding. Hij had willen roepen dat ze niet moest komen, maar ze was te snel. Ze moest niet komen, dat kon niet. Zij zou hem zien met de plassok en de poepschoen. Hij had nog nooit van een begin van een succesvolle relatie gehoord met precies dat: plassokken en poepschoenen.

De Optimist deed de deur op slot en stortte zich nogmaals op de poepschoen. Hij was amper begonnen, of hij hoorde gebons op de deur.

‘Hallo, gaat het goed?’ Het was Henrike.

Hij deed de deur open. Hij keek recht in het gezicht van het barmeisje. Zijn blik viel op het decolleté. Ze glimlachte en had een beetje zweet op haar bovenlip.

‘Als ik geen poepschoen in mijn handen had zou ik je even willen vasthouden, gewoon heel even en dan zou ik mijn handen zo in je zij leggen en me even tegen je aandrukken.’

‘Wat?’

‘Nee, niks, ik… ik zit hier met een date, die knappe, en nu vind ik jou ook zo vreselijk knap en dat is gewoon qua timing helemaal kut. Had jij niet op een andere avond heel knap kunnen zijn? Maar ik heb dus een poepschoen en een plassok.’

‘Oh.’

Op dat moment verscheen Henrike. Met een brede glimlach – terwijl er heus een hoop gezichtsuitdrukkingen bij deze situatie pasten, maar een brede glimlach was er niet één van.

‘Kijk!’ Het barmeisje deed een stap achteruit en Henrike had een emmertje met sop in haar handen en een borsteltje. ‘Had ik even gesjeft bij de barman. Ik werd erg aardig geholpen, knappe man.’

‘Huh?’

‘Maakt niet uit.’

De tepels van het barmeisje kwamen precies op dat moment ook weer even koekeloeren – opdringerig en ook blij, zo onverwacht blij als ze daar ineens waren – en dat wist De Optimist zonder te kijken, echt zonder te kijken. Dat zou hij later bij de rechter heel lang volhouden, want dat alles ooit voor een rechter zou komen, dat leed geen twijfel. ‘Ik keek niet! Die tepels waren er plots gewoon ineens. Die begonnen te roepen zelfs, heel opdringerig, heel vrij, heel overweldigend: “Joehoe! Hier zijn we weer!”’

‘Ga je die zool nog schoonmaken, of hoe zit dat?’ Henrike werd ongeduldig. De Optimist pakte het borsteltje en de sop over en begon te boenen.

‘Misschien handig om het even buiten te doen.’ Een stem van een man. ‘Ik moet schijten.’

De Optimist liep naar buiten, schoof langs het barmeisje die hem strak aankeek met een flauwe glimlach, en Henrike vroeg hem of hij dit altijd deed – in de poep trappen. De Optimist zei dat het een traditie was op bijzondere feestdagen.

Minuten later rekende De Optimist af, terwijl Henrike buiten wachtte. Hij had zijn sokken weggegooid, niemand had het gezien. Het barmeisje deed dingen op de kassa en De Optimist concentreerde zich op haar leuke kerstmutsje, terwijl het decolleté nu schreeuwde en haar nek ook, haar hals, haar prachtige hals hijgde zelfs een beetje: ‘Kus me, kus me, kus me dan, kerstkusjes, ik wil kerstkusjes, warme, zachte, hongerige kerstkusjes wil ik.’

Maar De Optimist keek onbewogen naar de kerstmuts.

‘Je komt hier wel vaker toch?’ zei het barmeisje. ‘Wat doe je eigenlijk voor werk?’

‘Ik ben complimentencoach,’ zei De Optimist.

‘Ah. En heb je een compliment voor mij?’

‘Beter dat je het nu niet vraagt, oké? Vraag het de volgende keer, oké?’

Op het bonnetje zag hij dat het barmeisje Katja heette en De Optimist wist nu al dat hij haar later, morgen na de nacht met Henrike, ging googelen. De naam van de kroeg en ‘Katja’, easy peasy, en dan hopen dat ze haar Instagram niet op privé had staan.

Katja deed haar kin iets omhoog en zei: ‘Dat is goed.’

Buiten stond Henrike te praten met de knappe barman.

‘Ah! Daar ben je. We gaan.’

Ze groette de barman en legde kort haar hand op zijn bovenarm.

Support mijn werk: Buy Me A Coffee

EN: word nu lid van mijn Substack 

Ben je redacteur van een blad of magazine en heb je interesse in een samenwerking? Neem contact met mij op.

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Comment *
Name *
Email *
Website


Veel gelezen blogs:

Hier tekst.