De Optimist had een nieuwe Mr Marvis-broek gekocht en verwachtte er veel van. Hij had zich voorgenomen om niet over dingen heen te springen, zoals in de reclame, niet over stenen muurtjes, niet over wegafzettingen, gewoon normaal blijven lopen, je kunt met een Mr Marvis-broek ook gewoon normaal over straat lopen, hoewel daar geen beelden van bestonden. Wat hij wel zou doen met de Mr Marvis-broek is met een zachte, zelfverzekerde lach over straat gaan. Zo’n ontspannen lach van een man, een echte man, een mannelijke man die weet dat alles goed komt. Sowieso. Sterker: een lach van een man die weet dat alles goed is. De wereld aan zijn voeten. En dat allemaal vanwege een heel goede broek. Een donkerblauwe Mr Marvis-broek.
Dus zo lachte De Optimist kalm en zelfverzekerd op die dag dat Peter gecremeerd werd, hoewel hij plots niet helemaal zeker wist of hij op een crematie wel zacht en zelfverzekerd kon lachen. Dat zou nergens op slaan op een crematie. Zeker omdat de Optimist de enige was naast de vrouw van het crematorium en de zus van Peter. Ze waren er met z’n drieën. Meer niet. In de zaal met de kist stonden wel veertig stoeltjes. Vijf rijen achter elkaar. De Optimist kon overal gaan zitten met zijn nieuwe broek. Wat een rijkdom. Vrijheid, het was de vrijheid die hij zo koesterde in zijn leven.
De crematie was eenvoudig, de zus van Peter sprak bij de kist, ze zei met haar doorrookte stem vooral dat ze niet ging huilen en dat Peter een held was en een irritante broer, het was een warrig verhaal over hun ingewikkelde jeugd. Uiteindelijk ging de vrouw ook helemaal niet huilen, de Optimist had iemand nog nooit zo níét zien huilen op een crematie.
Zij sprak dankbare woorden over hoe goed de Optimist voor Peter had gezorgd, wat een bijzondere man de Optimist was. ‘Er zijn maar weinig mensen die zoveel oog hebben voor een ander.’ en ‘jij hebt het hart op de goede plek zitten’ en ‘heb je al een leuke vrouw gevonden, dat gaat je zeker lukken’.
‘Hoe vindt u mijn broek, ik heb een nieuwe broek.’ Het was een rare vraag, hoewel de vrouw zienderogen blij was met een onderwerp als kleding.
‘Mooie broek, zeker, een mooie broek.’
En nu stond De Optimist voor de deur bij Fransje. Hij had Fransje gebeld, een dag eerder. Hij wilde haar zien. Hij wilde haar in de ogen kijken. Misschien wilde hij het wel hebben over De Nacht van de Dikke Kont. Sterker, daar moest hij het over hebben.
‘Laten we samen eten!’
‘Ja!’
‘Morgen?’
‘Ja!’
Nog steeds hoorde de Optimist niets in haar stem.
‘Je bent kort van stof!’
‘Ja! Ik lig in bad.’
‘Je hebt toch helemaal geen bad?’
‘Ik heb wel een bad!’
‘Heb jij een bad?’
‘Ik heb een bad!’
‘Daar moesten we eens in dan. Nee, sorry, niet gezegd, ik heb dat niet gezegd.’
‘Ik kook morgen wel, kom maar bij mij.’
‘Of lig je bij Clarissa in bad?’ Plots was het in zijn hoofd geschoten, die gedachte, die mogelijkheid. De Optimist had een droge mond gekregen. ‘Je bent bij Clarissa?’
‘Nee! Nee, daar ben ik de komende maanden niet. Die heeft kittens. Wat een teringzooi daar.’
‘Oh, ja. Ik kom morgen na de crematie wel.’
‘Ja!’
‘Doei!’
‘Ja!’
Dat was gisteren en de Optimist had steeds gedacht: wat weet Fransje?
Fransje gooide de deur open. De Optimist schrok, ze zag er ronduit sexy uit. Een donkerblauw jurkje en daaronder blote benen.
‘Geil, toch?’
‘Zeker, zeker, dat kunnen we derhalve gerust vaststellen.’ De Optimist veegde zijn voeten en trok zijn jas uit. Vaker dan eens had De Optimist gediscussieerd met vrienden, mannen en vrouwen, over de vraag of vriendschap, echte vriendschap, bestond tussen mannen en vrouwen of dat kon. De Optimist vond Fransje het voorbeeld van een vriendschap tussen een man en vrouw die uitermate succesvol verliep. Een keer gezoend in de Jordaan, vastgesteld dat het van hoge kwaliteit was en daarna toch besloten dat een vriendschap beter was. Fransje en hij konden uren ouwehoeren, soms in de verte staren en De Optimist had zelfs eens gehuild bij Fransje en zij bij hem.
‘Het rokje is echt wel heel kort,’ stelde De Optimist vast. Het kwam net over haar billen. ‘En ik wist niet dat jij zulke flinke borsten had.’
‘Ja, die heb ik. Dit is toch een prijswinnend decolleté.’ Fransje drukte haar borsten met haar handen kort omhoog.
‘Het is schitterend en allemaal heel veel vooral, om te verwerken.’ De Optimist keek snel naar een schilderijtje aan de muur. Een klein getekend werk van een schildpad in het knalroze.
Iets later zaten Fransje en De Optimist te eten. Het was stil. ‘Je bent stil.’
De Optimist knikte. Hij moest het goede moment vinden om over Clarissa te beginnen. Hij wilde schuld bekennen. Openheid van zaken geven. Zeggen dat het hem speet. Duizendmaal sorry zeggen. Dat hij dat nooit, nooit had mogen zeggen. Nooit.
‘Oh, god, je hebt die crematie gehad. Oh, shit, gap, vergeten.’
De Optimist knikte. ‘Het was prima. Klein. Alleen zijn zus en ik.’
De Optimist keek op van z’n eten en zag als eerste het decolleté. Hij keek weer naar z’n eten.
‘Hé…’
‘Ja?’
‘Je mag wel kijken, hoor. Het is toch een prachtig decolleté?’
‘Ja, maar ik word er een beetje opgewonden van.’
‘Oh. Goed. Dat je het zegt. Dat is inderdaad totaal niet de bedoeling.’ Fransje pakte de fles wijn en schonk De Optimist nog wat bij. ‘Drink.’
De Optimist nam een slok.
‘Ik wil iets zeggen.’
‘Oh. Spannend.’
‘Ja. Spannend. Eh… had je Clarissa al gesproken?’
‘Nee.’ Fransje schepte zichzelf nog een stuk quiche op.
De Optimist wist niet wat hij moest doen. Hij kon het ook niet zeggen. Clarissa had nog niets gezegd, De Nacht van De Dikke Kont was inmiddels een ruime week geleden.
‘Ik hou van eerlijkheid in vriendschap, snap je.’
‘Ja. Snap ik. Heel goed.’
‘Ik heb die nacht bij Clarissa dingen gezegd die ik niet had mogen zeggen. Ik ben een lul geweest. Een enorme lul. Het spijt me zo. Ook voor jou. Jij had me zo lief… aan haar voorgesteld. Ik wil een goed mens zijn, weet je. Of… Jezus, wat zeg ik allemaal. Dit kan echt niet. Dat weet ik, dat weet ik echt.’
‘Wat heb je gezegd dan?’
‘Ja, gewoon. Onaardige dingen. Echt onaardig.’
Fransje hield een wenkbrauw omhoog. Haar hoofd een beetje schuin. Ze was zo mooi vanavond, maar dat kwam helemaal niet uit. De Optimist had al maanden niet zo gekeken naar haar.
‘Wat?’
‘Nou, ze wilde nog friet eten en frikandellen, het was tien over twee in de nacht. En toen was ik chagrijnig en zei ik dat ze niet zoveel friet moest eten.’
Fransje schoot in de lach. ‘Hilarisch!’
‘Ja, nou, dat was niet alles. Ik heb gezegd dat ik niet wilde dat ze dikker werd.’ De Optimist had het warm en voelde zich een lul.
‘Heb je dat gezegd? Whaha!’
‘Ze was diep gekwetst! En terecht! Ik schaam me dood. Jij moet nu boos zijn!’
Fransje ging staan. Ze liep om de tafel heen en draaide zich om. Daar stond ze in dat korte rokje. De Optimist wist niet wat de bedoeling was. Fransje wiegde zacht met haar billen. De stof van het jurkje kwam maar net over haar billen.
Ze draaide haar hoofd een beetje. ‘En hoe vind je mijn billen? Mooi, hè?’
‘Je moet even serieus doen.’ De Optimist voelde de opwinding.
Fransje walste haar billen nog eens heen en weer. Ze ging met haar handen naar haar jurkje en trok het heel langzaam omhoog. De Optimist keek naar zijn lege bord. ‘Ik kijk naar mijn lege bord!’
‘Waarom? Jammer! Ik heb mooie billen!’
‘Wat doe je? Je moet serieus doen. Ik word nog iets meer opgewonden. Nog iets meer dan net!’
‘Waarom moet ik serieus doen? Clarissa is gewoon dik en dat van die katten, dat is allemaal zo labbekakkerig.’
‘Labbekakkerig?’
‘Ja, labbekakkerig. Ik hou heus van haar, echt veel zelfs, maar ja, Jezus, ik denk ook wel eens: eet eens een dag geen chips!’
Fransje had zich omgedraaid. Ze had een blos op haar wangen. Ze keek de Optimist strak in de ogen met een flauwe glimlach. De Optimist bleef zitten en keek naar haar. Fransje ging achter de Optimist staan en boog naar voren en sloeg haar armen om hem heen, haar wang tegen zijn wang.
‘Even stil zijn nu. Je bent een lul. Wil ik best zeggen. Maar even stil nu.’
Fransjes adem streelde over de wang van de Optimist. De Optimist deed zijn ogen dicht.
‘Dat je dat gezegd hebt, my god. Je bent echt een zak.’
Met een duim streelde ze over zijn bovenarm. ‘Heb je een nieuwe broek?’
‘Ja, staat me echt goed toch?’
‘Ja, lekker broekje.’

No comment yet, add your voice below!