De Optimist had een heerlijke date tot hij nodig naar het toilet moest

De Optimist is een man vol… eeh… optimisme. Op zoek naar de allesverzengende grote liefde gaat hij naar Speeddates, single feesten en netwerkborrels. Hieronder lees je het verhaal van Kerstavond. Op die avond – toch best onverwacht had De Optimist zomaar een date. In een café. 

Of word nu lid van mijn Substack hier. 

De Optimist had een date en er werd gelachen. En er was champagne. En er waren blikken, die lang bleven hangen. En er waren bitterballen en het was Kerstavond en er waren lichtjes in het café en de barjongen en het barmeisje droegen een kerstmuts. Het barmeisje had zich nogal feestelijk gekleed met een decolleté waar De Optimist sowieso niet naar ging kijken. Daar was hij wel heel gespannen over, over dat niet kijken, want niet kijken naar een decolleté deed hem vaak denken aan dat ene experiment met kinderen en een schaal spekjes voor zich en dat die kinderen dan niets mochten eten, dat mislukte dan altijd compleet. Maar, als je iets graag wil – niet kijken naar een decolleté bijvoorbeeld – dan kon het zeker lukken, daar moest De Optimist op vertrouwen. Ook omdat hij had besloten dat het nieuwe jaar, wat bijna beginnen zou, een thema had. En het thema was: vertrouwen.

Want er was dus champagne en er was die date tegenover hem aan het kleine, intieme tafeltje met bierfiltjes, een kaars, haar mobiele telefoon. De date, Henrike, had bruine krullen, bruine ogen, sproetjes en Fransje zou later zeggen: ‘Zit je dit nou te verzinnen? Die dates van jou zijn altijd facking knap!!’ En Henrike wreef met haar wijsvinger steeds zacht over haar bovenarmen als ze luisterde. ‘Praat ik niet te veel,’ vroeg De Optimist. ‘Ik vind het leuk om je verhalen te horen.’ De Optimist slikte wat weg en voelde voorzichtig een erectie opkomen.

Hij keek af en toe wat langer betekenisvol in de ogen van Henrike. Bij het tweede glas champagne zei ze: ‘Wat is dit? Zit je me verlegen te maken?’ Daarna lachte ze hard. Ze legde eens een hand op zijn hand. De Optimist zei: ‘Je hand zweet wat, wat heeft dat te betekenen?’ en begon daarna zelf hard te lachen.

Henrike vertelde over haar moeder die was overleden en haar ogen werden vochtig. Dat was natuurlijk fantastisch, die tranen, dit was absoluut een hoogtepunt van misschien wel de afgelopen maanden. Hij wilde het bijna zeggen: ‘Dat jij hier nu zit te huilen dat is gewoon schitterend, prachtig. Een volgende stap is dat ik je troost en dan beteken ik iets voor je, dan beteken ik iets voor iemand, dat wordt echt tijd dat ik betekenis krijg, het maakt in principe niet heel erg uit voor wie, maar dat jij het bent is zeker echt cool’ Dat zei hij natuurlijk niet, want hij had veel geleerd van zijn dateleven tot nu. Bijvoorbeeld over die dingen die je wel zegt en dingen die je niet zegt.

Toen ineens had Henrike gezegd: ‘Kom eens hier met je hand.’ Haar hand lag open op tafel, tussen de kaars en haar mobiel in. Precies op dat moment liep het barmeisje weer langs en De Optimist zag nu de tepels van het barmeisje door de donkerblauwe stof van haar blouse, wat uitermate slecht getimed was, maar hoe kon De Optimist dit aan zien komen? Dit was gewoon het lot en zijn blik bleef net een fractie te lang hangen. Het zou verdorie helemaal geen gek idee zijn om eens regionale kampioenschappen ‘Niet naar decolletés kijken’ te houden. Daarna keek De Optimist met een gespannen gezicht naar Henrike en legde zijn handen op haar handen. Hij ging dit niet verpesten, hij ging dit niet verknallen. Ook een zin die je wel moest denken en niet moest uitspreken. En hij zei: ‘Ik ga dit niet verknallen.’

‘Wat?’ Henrike keek verbaasd.

‘Dit staren, ik ga winnen met lang staren.’

‘Oh! Dat!’

Henrike en De Optimist keken elkaar lang aan, zijn erectie zong een zacht vrolijk liedje en het barmeisje liep nog eens langs en pakte van een tafeltje verderop een glas en moest daardoor flink vooroverbuigen, maar dat kon De Optimist aan. ‘Ik blijf gewoon kijken, hoor,’ zei De Optimist terwijl hij wat rechtop ging zitten.

‘We doen nog een drankje, oké?’ Henrike deed haar hoofd schuin en beet op haar lip.

‘Beet je nou op je onderlip, Henrike?’ vroeg De Optimist. Hij begon overmoedig te worden.

‘Nee.’ Henrike keek serieus. Plots. ‘Ik beet niet op mijn onderlip. Waarom zeg je dat?’ Ze trok haar hand terug.

De Optimist schrok. Hij kreeg het warm, heel warm. ‘Sorry, dat was een gekke opmerking.’

‘Ja, gekke opmerking,’ zei Henrike terwijl ze met haar ogen een stel volgde dat buiten langsliep, de schouders hoog opgetrokken. De Optimist wist niets te zeggen. Hij zocht naar woorden eb keek naar Henrike en Henrike keek naar hem. De Optimist haalde eens de schouders op om tijd te winnen. Ook wel lichtgeraakt, toch, dacht hij.

Toen begon Henrike keihard te lachen. ‘Je trapte erin! Hahaha!!! Je had je gezicht moeten zien. Ja, tuurlijk beet ik op mijn onderlip.’ Ze sloeg op de tafel, het barmeisje keek even om, en daarna deed Henrike haar armen boven haar hoofd en maakte een dansje zittend op haar stoel. De Optimist probeerde mee te lachen, maar dat zou pas later goed lukken. ‘Oh jee. Ik dacht al. Hahaha!’ zei De Optimist.

En toen, plots, rook hij het. Hij rook een sterke geur, die hem niet eerder was opgevallen. Hij rook poep. Onmiskenbaar poep van een hond. En terwijl Henrike iets vertelde over een coverband waar ze een maand in had gezeten – over de speakers klonk Creep van Radiohead – keek De Optimist zo stiekem mogelijk onder de tafel naar zijn sneakers. En daar zag hij inderdaad een grote lichtbruine plak hondenpoep, op de hak van de witte zool van de witte sneakers.

‘We kunnen ook ergens anders wat drinken,’ zei Henrike. De Optimist knikte. ‘Ik heb een fijn huis. En Sambuca,’ zei Henrike, nu geheimzinnig over de tafel leunend. Haar borsten pletten tegen de tafel. De Optimist wierp er een blik op en Henrike stond op en deed haar sjaal om haar nek. De Optimist glimlachte naar Henrike. Hij probeerde zijn gedachten op de goede volgorde te zetten, maar moest wel eerst dan weten wat hij allemaal dacht. Een schitterend barmeisje, een schitterende date die op hem wilde liggen, zoveel was duidelijk, en poep onder zijn schoen. Op Kerstavond. Soms is het leven gul met onverwachte gebeurtenissen, als een grote doos stort het leven alles over je uit. Alsof het leven zei: ‘Hup, ga maar lekker spelen!’

‘Eerst even naar het toilet!’ zei hij toen.

Hij liep naar het toilet van het café, een toilet dat zo klein was, je kon amper je broek naar beneden doen. Hij had wel eens willen poepen in dat café. Terwijl hij de deur op slot deed, kwam iemand aan de andere kant van de deur het urinoir gebruiken. Ook daar kon je nauwelijks bewegen, je zat met je kont meteen tegen het ieniemienie kraantje, maar er waren belangrijker zaken: de poep van de schoen krijgen. De Optimist keek naar het toilet waar de bril los op zat, een halve rol wc-papier lag op de vloer, de vloer was nat. De muren waren beklad met teksten en grapjes. ‘Niets is makkelijk in dit leven, behalve plassen onder de douche.’ J. Ook stond er: Kakkerlakken! En: Wiskunde A geeft rust.

De Optimist deed zijn schoen uit en zette zijn voet op de rand van het toilet en hij voelde meteen vocht, zeik dus. Niet nu, niet nu, niet op dit moment moest alles misgaan. Godsakke. De Optimist trok door en maakte het toiletpapier een beetje nat en begon te boenen. Ondertussen hoorde hij iemand aan de deur van de wc morrelen. ‘Ik ben bijna klaar! Ga maar bij de vrouwen!’

De Optimist moest Henrike even op de hoogte houden, dit kon nog een paar minuutjes duren. Hij pakte zijn mobiel uit zijn broekzak, voorzichtig met twee vingers, want hij had ook het gore toiletpapier in zijn hand, en terwijl hij zijn mobiel uit zijn broekzak omhoog viste, viel deze tussen zijn vingers naar beneden en kletterde op de kletsnatte vloer. In een flits pakte hij de mobiel van de grond, de plas drupte van de mobiel, hij pakte snel wc-papier om eerst dit schoon te maken, waarbij zijn schoen uit zijn hand viel, op de grond in de plas, op de zijkant. De witte gympen van katoen zogen als een razende de pis op de grond in zich op. De Optimist deed zijn mobiel met nog wat plas eraan in zijn kontzak en greep de schoen, de witte sneaker. Hij vloekte en moest ondertussen nodig Henrike even bellen. Er begon iemand op de deur te rammen. ‘Gozer! Kom er even af man, ik moet schijten!!’

‘Ja! Ik kom! Het is hier heel vies! Ga maar bij de vrouwen.’

De Optimist belde Henrike, verloor bijna zijn evenwicht en zette zijn voet op de grond. Nu had hij een kletsnatte sok.

‘Lukt het?’ vroeg Henrike.

‘Nee. Ik heb een fysiek ongemakje. Momentje.’

‘Oké. Ik wacht wel.’

‘Nee. Ga maar. Ga maar naar huis. Dit komt niet meer goed. De wereld is vol leuke mannen! Ik moet even wat regelen, hier.’

De Optimist hing op. De gozer aan de andere kant van de deur klopte nog een paar keer keihard. ‘Ik geef je tien seconden en dan trap ik de deur in.’

‘Doe! Doe dan! Dan duw ik mijn schoen met poep in je gezicht!’

De Optimist belde Henrike weer. Ze nam direct op. ‘Nee! Je moet niet gaan, natuurlijk moet je niet gaan. Blijf even, ik ben zo klaar.’ Hij drukte haar weer weg.

Het bonzen op de deur werd harder. Plots was De Optimist er klaar mee. Hij opende de deur en duwde de poepschoen naar voren. Een gozer met een blond matje, hip type – zou zo een vriend van De Optimist kunnen zijn, dacht De Optimist vreemd genoeg – deinsde achteruit.

‘Gadverdamme gast!’

‘Ja! Vies! Vind ik ook! Goor!’

De gozer draaide zich om en ging. ‘Wat een mongool ben jij zeg.’

De Optimist wist niet wat hij moest doen. Zijn sok was doorweekt, zijn schoen nog vies. Hij belde Henrike weer, hield de telefoon tegen zijn oor en boende ondertussen met een nat wc-papiertje de stront van de schoen.

‘Het gaat niet helemaal goed.’

‘Wat zeg je?’

‘Het… het gaat niet helemaal goed.’

‘Wat gaat niet goed?’

‘Fysiek ongemakje.’

‘Oh.’

‘Ik weet niet wat hier allemaal gebeurt, maar ik had poep onder mijn schoen en dat vond ik zo stom en ongepast voor een date, dus ik wilde het even schoonmaken. Maar nu is mijn hele sok nat van plas. Ik heb een poepschoen en een plassok. We kunnen beter na kerst verder daten.’

‘Wacht. Ik kom er zo aan.’

Henrike verbrak de verbinding. Hij had willen roepen dat ze niet moest komen, maar ze was te snel. Ze moest niet komen, dat kon niet. Zij zou hem zien met de plassok en de poepschoen. Hij had nog nooit van een begin van een succesvolle relatie gehoord met precies dat: plassokken en poepschoenen.

De Optimist deed de deur op slot en stortte zich nogmaals op de poepschoen. Hij was amper begonnen, of hij hoorde gebons op de deur.

‘Hallo, gaat het goed?’ Het was Henrike.

Hij deed de deur open. Hij keek recht in het gezicht van het barmeisje. Zijn blik viel op het decolleté. Ze glimlachte en had een beetje zweet op haar bovenlip.

‘Als ik geen poepschoen in mijn handen had zou ik je even willen vasthouden, gewoon heel even en dan zou ik mijn handen zo in je zij leggen en me even tegen je aandrukken.’

‘Wat?’

‘Nee, niks, ik… ik zit hier met een date, die knappe, en nu vind ik jou ook zo vreselijk knap en dat is gewoon qua timing helemaal kut. Had jij niet op een andere avond heel knap kunnen zijn? Maar ik heb dus een poepschoen en een plassok.’

‘Oh.’

Op dat moment verscheen Henrike. Met een brede glimlach – terwijl er heus een hoop gezichtsuitdrukkingen bij deze situatie pasten, maar een brede glimlach was er niet één van.

‘Kijk!’ Het barmeisje deed een stap achteruit en Henrike had een emmertje met sop in haar handen en een borsteltje. ‘Had ik even gesjeft bij de barman. Ik werd erg aardig geholpen, knappe man.’

‘Huh?’

‘Maakt niet uit.’

De tepels van het barmeisje kwamen precies op dat moment ook weer even koekeloeren – opdringerig en ook blij, zo onverwacht blij als ze daar ineens waren – en dat wist De Optimist zonder te kijken, echt zonder te kijken. Dat zou hij later bij de rechter heel lang volhouden, want dat alles ooit voor een rechter zou komen, dat leed geen twijfel. ‘Ik keek niet! Die tepels waren er plots gewoon ineens. Die begonnen te roepen zelfs, heel opdringerig, heel vrij, heel overweldigend: “Joehoe! Hier zijn we weer!”’

‘Ga je die zool nog schoonmaken, of hoe zit dat?’ Henrike werd ongeduldig. De Optimist pakte het borsteltje en de sop over en begon te boenen.

‘Misschien handig om het even buiten te doen.’ Een stem van een man. ‘Ik moet schijten.’

De Optimist liep naar buiten, schoof langs het barmeisje die hem strak aankeek met een flauwe glimlach, en Henrike vroeg hem of hij dit altijd deed – in de poep trappen. De Optimist zei dat het een traditie was op bijzondere feestdagen.

Minuten later rekende De Optimist af, terwijl Henrike buiten wachtte. Hij had zijn sokken weggegooid, niemand had het gezien. Het barmeisje deed dingen op de kassa en De Optimist concentreerde zich op haar leuke kerstmutsje, terwijl het decolleté nu schreeuwde en haar nek ook, haar hals, haar prachtige hals hijgde zelfs een beetje: ‘Kus me, kus me, kus me dan, kerstkusjes, ik wil kerstkusjes, warme, zachte, hongerige kerstkusjes wil ik.’

Maar De Optimist keek onbewogen naar de kerstmuts.

‘Je komt hier wel vaker toch?’ zei het barmeisje. ‘Wat doe je eigenlijk voor werk?’

‘Ik ben complimentencoach,’ zei De Optimist.

‘Ah. En heb je een compliment voor mij?’

‘Beter dat je het nu niet vraagt, oké? Vraag het de volgende keer, oké?’

Op het bonnetje zag hij dat het barmeisje Katja heette en De Optimist wist nu al dat hij haar later, morgen na de nacht met Henrike, ging googelen. De naam van de kroeg en ‘Katja’, easy peasy, en dan hopen dat ze haar Instagram niet op privé had staan.

Katja deed haar kin iets omhoog en zei: ‘Dat is goed.’

Buiten stond Henrike te praten met de knappe barman.

‘Ah! Daar ben je. We gaan.’

Ze groette de barman en legde kort haar hand op zijn bovenarm.

Support mijn werk: Buy Me A Coffee

EN: word nu lid van mijn Substack 

Ben je redacteur van een blad of magazine en heb je interesse in een samenwerking? Neem contact met mij op.

De Optimist had een nieuwe broek

De Optimist had een nieuwe Mr Marvis-broek gekocht en verwachtte er veel van. Hij had zich voorgenomen om niet over dingen heen te springen, zoals in de reclame, niet over stenen muurtjes, niet over wegafzettingen, gewoon normaal blijven lopen, je kunt met een Mr Marvis-broek ook gewoon normaal over straat lopen, hoewel daar geen beelden van bestonden. Wat hij wel zou doen met de Mr Marvis-broek is met een zachte, zelfverzekerde lach over straat gaan. Zo’n ontspannen lach van een man, een echte man, een mannelijke man die weet dat alles goed komt. Sowieso. Sterker: een lach van een man die weet dat alles goed is. De wereld aan zijn voeten. En dat allemaal vanwege een heel goede broek. Een donkerblauwe Mr Marvis-broek.

Dus zo lachte De Optimist kalm en zelfverzekerd op die dag dat Peter gecremeerd werd, hoewel hij plots niet helemaal zeker wist of hij op een crematie wel zacht en zelfverzekerd kon lachen. Dat zou nergens op slaan op een crematie. Zeker omdat de Optimist de enige was naast de vrouw van het crematorium en de zus van Peter. Ze waren er met z’n drieën. Meer niet. In de zaal met de kist stonden wel veertig stoeltjes. Vijf rijen achter elkaar. De Optimist kon overal gaan zitten met zijn nieuwe broek. Wat een rijkdom. Vrijheid, het was de vrijheid die hij zo koesterde in zijn leven.

De crematie was eenvoudig, de zus van Peter sprak bij de kist, ze zei met haar doorrookte stem vooral dat ze niet ging huilen en dat Peter een held was en een irritante broer, het was een warrig verhaal over hun ingewikkelde jeugd. Uiteindelijk ging de vrouw ook helemaal niet huilen, de Optimist had iemand nog nooit zo níét zien huilen op een crematie.

Zij sprak dankbare woorden over hoe goed de Optimist voor Peter had gezorgd, wat een bijzondere man de Optimist was. ‘Er zijn maar weinig mensen die zoveel oog hebben voor een ander.’ en ‘jij hebt het hart op de goede plek zitten’ en ‘heb je al een leuke vrouw gevonden, dat gaat je zeker lukken’.

‘Hoe vindt u mijn broek, ik heb een nieuwe broek.’ Het was een rare vraag, hoewel de vrouw zienderogen blij was met een onderwerp als kleding.

‘Mooie broek, zeker, een mooie broek.’

En nu stond De Optimist voor de deur bij Fransje. Hij had Fransje gebeld, een dag eerder. Hij wilde haar zien. Hij wilde haar in de ogen kijken. Misschien wilde hij het wel hebben over De Nacht van de Dikke Kont. Sterker, daar moest hij het over hebben.

‘Laten we samen eten!’
‘Ja!’
‘Morgen?’
‘Ja!’

Nog steeds hoorde de Optimist niets in haar stem.

‘Je bent kort van stof!’
‘Ja! Ik lig in bad.’
‘Je hebt toch helemaal geen bad?’
‘Ik heb wel een bad!’
‘Heb jij een bad?’
‘Ik heb een bad!’
‘Daar moesten we eens in dan. Nee, sorry, niet gezegd, ik heb dat niet gezegd.’
‘Ik kook morgen wel, kom maar bij mij.’
‘Of lig je bij Clarissa in bad?’ Plots was het in zijn hoofd geschoten, die gedachte, die mogelijkheid. De Optimist had een droge mond gekregen. ‘Je bent bij Clarissa?’
‘Nee! Nee, daar ben ik de komende maanden niet. Die heeft kittens. Wat een teringzooi daar.’
‘Oh, ja. Ik kom morgen na de crematie wel.’
‘Ja!’
‘Doei!’
‘Ja!’

Dat was gisteren en de Optimist had steeds gedacht: wat weet Fransje?

Fransje gooide de deur open. De Optimist schrok, ze zag er ronduit sexy uit. Een donkerblauw jurkje en daaronder blote benen.

‘Geil, toch?’
‘Zeker, zeker, dat kunnen we derhalve gerust vaststellen.’ De Optimist veegde zijn voeten en trok zijn jas uit. Vaker dan eens had De Optimist gediscussieerd met vrienden, mannen en vrouwen, over de vraag of vriendschap, echte vriendschap, bestond tussen mannen en vrouwen of dat kon. De Optimist vond Fransje het voorbeeld van een vriendschap tussen een man en vrouw die uitermate succesvol verliep. Een keer gezoend in de Jordaan, vastgesteld dat het van hoge kwaliteit was en daarna toch besloten dat een vriendschap beter was. Fransje en hij konden uren ouwehoeren, soms in de verte staren en De Optimist had zelfs eens gehuild bij Fransje en zij bij hem.

‘Het rokje is echt wel heel kort,’ stelde De Optimist vast. Het kwam net over haar billen. ‘En ik wist niet dat jij zulke flinke borsten had.’
‘Ja, die heb ik. Dit is toch een prijswinnend decolleté.’ Fransje drukte haar borsten met haar handen kort omhoog.
‘Het is schitterend en allemaal heel veel vooral, om te verwerken.’ De Optimist keek snel naar een schilderijtje aan de muur. Een klein getekend werk van een schildpad in het knalroze.

Iets later zaten Fransje en De Optimist te eten. Het was stil. ‘Je bent stil.’
De Optimist knikte. Hij moest het goede moment vinden om over Clarissa te beginnen. Hij wilde schuld bekennen. Openheid van zaken geven. Zeggen dat het hem speet. Duizendmaal sorry zeggen. Dat hij dat nooit, nooit had mogen zeggen. Nooit.

‘Oh, god, je hebt die crematie gehad. Oh, shit, gap, vergeten.’
De Optimist knikte. ‘Het was prima. Klein. Alleen zijn zus en ik.’
De Optimist keek op van z’n eten en zag als eerste het decolleté. Hij keek weer naar z’n eten.

‘Hé…’
‘Ja?’
‘Je mag wel kijken, hoor. Het is toch een prachtig decolleté?’
‘Ja, maar ik word er een beetje opgewonden van.’
‘Oh. Goed. Dat je het zegt. Dat is inderdaad totaal niet de bedoeling.’ Fransje pakte de fles wijn en schonk De Optimist nog wat bij. ‘Drink.’

De Optimist nam een slok.

‘Ik wil iets zeggen.’
‘Oh. Spannend.’
‘Ja. Spannend. Eh… had je Clarissa al gesproken?’
‘Nee.’ Fransje schepte zichzelf nog een stuk quiche op.

De Optimist wist niet wat hij moest doen. Hij kon het ook niet zeggen. Clarissa had nog niets gezegd, De Nacht van De Dikke Kont was inmiddels een ruime week geleden.

‘Ik hou van eerlijkheid in vriendschap, snap je.’
‘Ja. Snap ik. Heel goed.’
‘Ik heb die nacht bij Clarissa dingen gezegd die ik niet had mogen zeggen. Ik ben een lul geweest. Een enorme lul. Het spijt me zo. Ook voor jou. Jij had me zo lief… aan haar voorgesteld. Ik wil een goed mens zijn, weet je. Of… Jezus, wat zeg ik allemaal. Dit kan echt niet. Dat weet ik, dat weet ik echt.’
‘Wat heb je gezegd dan?’
‘Ja, gewoon. Onaardige dingen. Echt onaardig.’

Fransje hield een wenkbrauw omhoog. Haar hoofd een beetje schuin. Ze was zo mooi vanavond, maar dat kwam helemaal niet uit. De Optimist had al maanden niet zo gekeken naar haar.

‘Wat?’
‘Nou, ze wilde nog friet eten en frikandellen, het was tien over twee in de nacht. En toen was ik chagrijnig en zei ik dat ze niet zoveel friet moest eten.’
Fransje schoot in de lach. ‘Hilarisch!’
‘Ja, nou, dat was niet alles. Ik heb gezegd dat ik niet wilde dat ze dikker werd.’ De Optimist had het warm en voelde zich een lul.
‘Heb je dat gezegd? Whaha!’
‘Ze was diep gekwetst! En terecht! Ik schaam me dood. Jij moet nu boos zijn!’

Fransje ging staan. Ze liep om de tafel heen en draaide zich om. Daar stond ze in dat korte rokje. De Optimist wist niet wat de bedoeling was. Fransje wiegde zacht met haar billen. De stof van het jurkje kwam maar net over haar billen.

Ze draaide haar hoofd een beetje. ‘En hoe vind je mijn billen? Mooi, hè?’
‘Je moet even serieus doen.’ De Optimist voelde de opwinding.

Fransje walste haar billen nog eens heen en weer. Ze ging met haar handen naar haar jurkje en trok het heel langzaam omhoog. De Optimist keek naar zijn lege bord. ‘Ik kijk naar mijn lege bord!’
‘Waarom? Jammer! Ik heb mooie billen!’
‘Wat doe je? Je moet serieus doen. Ik word nog iets meer opgewonden. Nog iets meer dan net!’
‘Waarom moet ik serieus doen? Clarissa is gewoon dik en dat van die katten, dat is allemaal zo labbekakkerig.’
‘Labbekakkerig?’
‘Ja, labbekakkerig. Ik hou heus van haar, echt veel zelfs, maar ja, Jezus, ik denk ook wel eens: eet eens een dag geen chips!’

Fransje had zich omgedraaid. Ze had een blos op haar wangen. Ze keek de Optimist strak in de ogen met een flauwe glimlach. De Optimist bleef zitten en keek naar haar. Fransje ging achter de Optimist staan en boog naar voren en sloeg haar armen om hem heen, haar wang tegen zijn wang.

‘Even stil zijn nu. Je bent een lul. Wil ik best zeggen. Maar even stil nu.’

Fransjes adem streelde over de wang van de Optimist. De Optimist deed zijn ogen dicht.

‘Dat je dat gezegd hebt, my god. Je bent echt een zak.’
Met een duim streelde ze over zijn bovenarm. ‘Heb je een nieuwe broek?’
‘Ja, staat me echt goed toch?’
‘Ja, lekker broekje.’

Het was zondag

Hieronder lees je een aflevering van mijn verhalenserie over De Optimist is. De Optimist zoekt vol vuur en enthousiasme de liefde. Prachtig om te zien. Echt. Hij is niet te stoppen. En regelmatig gaat hij op z’n bek, harder dan de keer ervoor. 

Maar, voor De Optimist is het onontkoombaar: soms is het zondag. De langste dag van de week.

Let op: Dit verhaal is gratis, een donatie is zeer, zeer welkom! Buy Me A Coffee.

 

Het was zondag. Het was ochtend. De Optimist had een boek gelezen op de bank. Hij had geprobeerd een boek te lezen op de bank. Het was drie bladzijden gelukt en toen merkte hij dat hij een halve pagina las zonder te weten waar het over ging. Hij legde het boek weg. Hij probeerde zich op zijn ademhaling te concentreren en keek naar zijn sokken. Hij pakte zijn boek weer, las drie zinnen, hij probeerde een vierde, want als je echt wil dan kan alles, en legde het weer weg. Het ging over een vrouw in Polen die de liefde zocht, maar een gat in haar raam kreeg. En nu was het koud binnen en niemand kon haar helpen. De mannen die ramen konden maken vroegen bizarre prijzen of wilden meteen hun lul laten zien. Maar ze stortte zich op haar oude liefde, de viool, en zo leerde ze de Romance van Beethoven weer spelen.

Tranen prikten in zijn ogen. Niet vanwege het gebroken glas of de mannen die hun lul wilden laten zien. De verwarming ruiste zacht. Wat was hij voor man dat hij geen boek kon lezen op de bank? Iedereen kan toch een boek lezen? Als je kan lezen, kun je toch een boek lezen? Hij pakte het boek weer. Hij haalde diep adem. Hij las een zin en toen nog een zin. Hij legde het boek weer weg. Hij pakte het weer op, hij veegde zijn tranen af. Hij pakte zijn mobiel en opende de datingapp. Geen likes. Hij bekeek een profiel van een blonde vrouw die charmant op de foto probeerde te komen. Ze stond dicht op het raam in de woonkamer. Wie had gezegd dat ze zo dicht op het raam moest staan? En wie was vergeten te zeggen dat ze wel even had kunnen opruimen voordat de foto was genomen? Er lag een stapel blauwe enveloppen in de vensterbank. ‘Ga maar tegen het raam aan staan. Dat staat leuk.’

Hij las: ‘Ik heb thuis twee spiegeltjes van 7 en 11.’

De Optimist keek ernaar en keek nog eens naar de foto. Hij tikte terug: ‘Ik heb een spiegel van 18 jaar thuis. Gekregen van een ex. Tijd vliegt.’

De Optimist deed z’n schoenen aan en zijn jas. Hij voelde zijn sleutels in zijn jas en ging naar buiten. Hij wandelde een rondje, het waaide flink. Het was koud.

Een half uurtje later kwam de Optimist thuis. Hij ging weer op de bank zitten. Hij haalde een paar keer diep adem. En rustig ademde hij uit. Alsof je langs een kaars blaast, alsof je een kaars streelt. Het vlammetje dan, je streelt het vlammetje. Dat was onduidelijk in de instructie die hij had gelezen op een website. ‘Terugkomen in jezelf, terugkomen in het nu.’ Hij streelde met z’n ademhaling nog eens het vlammetje.

Toen stond hij op en ging naar de keuken en zette koffie. Hij drukte de koffie in de piston aan, maar de piston gleed, nee, schoot van het aanrecht. De koffie lag over de hele keukenvloer. Hij pakte de stoffer en blik, ruimde het op. Daarna zette hij de koffie opnieuw. De Optimist ging weer verder met z’n boek. Het zou hem lukken. Zitten en lezen. Zitten. Lezen, hup. Hij keek nog even op de datingapp. Moest hij de app weer verwijderen? Terwijl hij de koffie nog niet op had, stond hij op en ging weer naar de keuken. Een brainwave. Hij deed een kastje open, zag dat hij alles in huis had. Hij deed bloem in een kom en boter en suiker en hij kneedde de bloem en de suiker en de boter. In het begin leek het altijd alsof het nooit wat werd met die bloem en de boter en de suiker, maar op een goed moment werd het een klont. Vaak was alles op te lossen in het leven met wat meer geduld. Niet te snel denken, dit wordt niets. Gewoon nog een stapje meer zetten.

Hij deed een doek over de kom en deed het in de koelkast.

De Optimist keek uit het keukenraam. Een mevrouw met een hoofddoek klopte een kleed uit op haar balkon. Ze deed het grondig, draaide het doek vier keer rond. En maar kloppen. Toen het doek uitgeklopt was of alle geesten waren verdwenen, want ze wilde meer uitkloppen dan alleen wat stof, dat was duidelijk, ging ze naar binnen en daarna kwam ze weer buiten met een ander doek. Zo was de buurvrouw ruim een kwartier bezig met kloppen van de doeken.

In de verte werd de lucht donker. Gitzwarte wolken pakten zich samen. Volgens de Buienradar zou het droog blijven.

Even later pakte de Optimist het deeg uit de koelkast en rolde het deeg uit en maakte er vierkante plakjes deeg van. Hij lette goed op z’n ademhaling, dat was op een dag als deze belangrijk. Hij streelde het deeg met zijn ademhaling en de Optimist plaatste de bakplaat in de oven.

De buurvrouw had nog een doek ergens in huis gevonden wat ze uit kon kloppen. Hoeveel doeken had de Optimist zelf eigenlijk in huis? Moest hij ook eens doeken gaan uitkloppen? Als het allemaal echt niet meer ging, als alles echt leek in te storten dan kon hij sowieso nog doeken uitkloppen op het balkon. Desnoods kocht hij doeken, speciaal om ze uit te kloppen.

Hij pakte het boek weer, concentreerde zich op een regel en daarna op de volgende en keek na een paar zinnen naar buiten. Zo bleef de Optimist een tijdje zitten. Er liep een kauwtje over de reling. Er vloog een meeuw voorbij. Even verderop werd er iets doormidden gezaagd. Dat deed de Optimist denken aan Hans Klok en hij zette op YouTube een filmpje op van Hans Klok. De Optimist googelde ‘naam assistente Hans Klok’. Na een paar minuten rook hij de koekjes en hij ging op een drafje naar de keuken. De koekjes waren goed gelukt en na eventjes wachten waren de koekjes knapperig en zoet. Hij bekeek de Instagram-pagina van de assistente van Hans Klok. Hij typte in een DM: ‘Hoe word je eigenlijk assistente van Hans Klok?’

Zo had de Optimist naar veel vrouwen al berichten gestuurd. Allemaal leuke vragen. Hij had aan Halina Reijn eens een bericht gestuurd of ze samen konden mailen over ‘het creatieve proces’. Naar een vrouw die hij in een theater had ontmoet, wat haar favoriete toneelschrijver was. Naar Carice van Houten vast ook, maar dat bericht kon hij niet terugvinden. Een vage bekende die hij in de Action ontmoette had hij eens gemaild met de vraag: ‘En heb je die geurkaarsen nog gevonden?’ Sympathiek. Hij had er zelfs een linkje naar een website bij gezet met aanbiedingen voor geurkaarsen. De Optimist kon op de gekste momenten meedenken met de mensen. Mocht hij ooit eens geïnterviewd worden dan zou hij zeggen: ‘Ja, dan zit ik echt in mijn kracht. Dat is een superpower.’ De Optimist kon niet zo snel bedenken waar iemand hem voor kon interviewen. Wacht. Hij kon een boek maken met alle berichten die hij ooit gestuurd had op Facebook en Instagram of via WhatsApp.

En dan zou hij dat boek ‘Onbeantwoorde Liefde’ noemen. En dan zou hij daarover geïnterviewd worden. Op het podium van een theater. Yes, bingo. En dan achteraf zouden er vrouwen naar hem toe komen en die zouden dan zeggen: ‘Heerlijk boek, echt heerlijk.’ En die vrouwen zouden hem dan in de loop van de week, vaak op een stille zondag, een DM sturen: ‘Wilde nog eens zeggen dat ik het een heerlijk boek vond. Plannen voor iets nieuws?’

En dan zou de Optimist daar niet op reageren. Althans niet meteen. Niet dezelfde dag. Of wel dezelfde dag, maar wel een uurtje later. Het was belangrijk om de mensen het idee te geven dat je een leven had.

De Optimist bekeek een foto van de assistente van Hans Klok en googelde ‘afbeelding printen Amsterdam’. Hij moest naar een copyshop in de buurt, morgen om 12 uur open, en dat was over exact 24 uur minus een kwartier, want de ochtend was voorbij.

Dat was goed.

De Optimist moest echt gaan vertrouwen dat de uren gewoon voorbij gaan. Altijd. Soms dacht hij aan zijn leeftijd en al die maanden en dagen die al voorbij waren gegaan. Hoe had hij dat toch gedaan? Al die zondagen ook, die waren allemaal gewoon voorbij gegaan, terwijl het daar op de zondag zelf nooit op leek. De zondag leek vaak op een auto die niet startte. Of op een fietsband die aanliep, ja, daar leek het nog meer op. Die fietsband deed een klein rondje, en dan zat ie vast.

Na een boterham deed de Optimist opnieuw de schoenen aan. Hij keek in de spiegel. Zijn haar moest beter. Belangrijk. Hij deed z’n hoofd onder de kraan, daarna deed hij zijn haar goed. Overhemd. Een ander overhemd. De Optimist werd plots zenuwachtig. Die blauwe was perfect. De Optimist keek in de spiegel en vond zichzelf knap. Hij wist niet of dat raar was. Hij keek nog eens naar de foto van de assistente van Hans Klok en hij keek naar zichzelf. Dat kon prima.

Na een paar minuten fietsen kwam De Optimist aan bij het café, waar hij nooit eerder binnen was geweest. De dag ervoor was het druk geweest op het terras. En De Optimist zag een poster hangen: ‘Bij ons alle wedstrijden van Ajax live.’ En op het terras zaten een paar mooie meiden.

Nu stonden de stoelen en de tafels allemaal aan één kant opgesteld. Voor de deur die nu dicht was zat een kat te wachten. Zou het café dicht zijn? Moest hij terug? Naar de zandkoekjes en de buurvrouw die misschien nog wel een doek had gevonden om driftig uit te kloppen?

De wedstrijd zou over een klein half uurtje beginnen. Toen zag hij iemand in ’t café. De Optimist zwaaide. De man deed de deur open.

“Ben je niet open?”

“Jawel, hoor, welkom.” Een Italiaans ogende man. Was hij moe?

“Waar zijn de mensen?”

“De mensen komen altijd op het laatste moment.” Hij keek de Optimist nauwelijks aan en pakte post op van de grond. Hij bladerde erdoor. De kat draaide rondjes rond zijn benen. “Ja, ja, ik kom, ik kom,” zei hij.

“Er is Ajax toch?”

“Zeker.” De man zat nog steeds in z’n post te kijken.

“Wil je me even aankijken?”

“Wat?” De man keek op. Fronste zijn wenkbrauwen.

“Ja, ik heb ook gewoon zondag weet je, ik wil gewoon even onder de mensen zijn,” zei de Optimist.

“Ja…” De man was in de war. “Welkom.”

“Komen er wel mensen?”

“Ja, ja, ja. Echt. Er komen sowieso twee buurmannen. Henk en Simon.”

“Twee mannen?”

“Ja, Henk en Simon zijn twee mannen.”

“Alleen twee mannen?”

“Dat weet je nooit zeker. Dat is het leuke. Je weet nooit wie er komt.”

De man was nog steeds gefascineerd door zijn post.

De Optimist kreeg koffie en toen de wedstrijd tien minuten bezig was, kwamen er twee mannen binnen. Daarvoor had hij in z’n eentje op een stoel gezeten terwijl in het kleine café tien stoelen waren opgesteld om naar het grote scherm te kijken. De Optimist ging sowieso niet huilen en twijfelde over een biertje. De kat kroop rond zijn benen en sprong op de stoel naast hem en zo keek de Optimist toch samen naar voetbal.

De twee mannen zagen er nog niet zo uitgeslapen uit. Het waren werklui, zo leek het. Ze praatten met een Amsterdams accent met elkaar. Ze knikten naar De Optimist. “Morgen.”

“Lekker geslapen?”

“Kort.”

Ze bestelden een tosti.

Precies in een aanval van Ajax viel de tv uit. Dat zou daarna nog een paar keer gebeuren. Ajax had gescoord, maar dat werd net gemist. “Wat is hier aan de hand, Floor?” zei een van de mannen tegen de barman. De man had zijn enorme arm over de stoelleuning naast hem gelegd. Floor had wat zweet op z’n voorhoofd toen hij wat draadjes uit de tv trok en er weer in stak. “Sorry, mannen.”

In de rust rekende De Optimist af bij de barman en fietste naar huis. Daar nam hij nog een koekje en kroop op de bank en keek de rest van de wedstrijd.

Daarna pakte hij zijn boek. De vrouw met het kapotte raam had besloten toch maar seks te gaan hebben met een van de mannen. Ze keek daarbij naar het plafond. De Optimist keek naar buiten waar het kauwtje kort op de reling sprong, naar De Optimist keek en weer weg vloog. Hij las nog een halve pagina. Hij checkte de datingapp en zag dat de vrouw met de spiegels hem had geblokkeerd. De assistente van Hans Klok had zijn bericht geliket. De Optimist schrok ervan en zag toen dat ze alle berichten likete.

Op de bank prikte De Optimist in zijn gebakken aardappeltjes en sperziebonen met een ei. Daarna keek hij nog eens op de weerapp en het zou droog blijven. Schoenen aan en naar buiten. Nog een rondje. Hij wandelde tot aan het Concertgebouw en weer terug.

In een licht café met grote ramen zaten een man en een vrouw te kussen. Het begon hard te regenen, maar De Optimist liep stoïcijns door.

Later in bed vroeg De Optimist zich af hoeveel zondagen hij nog zou hebben. Hij wist dat de assistente van Hans Klok ook vaak op zondag zou werken. Matinee. Zo heette dat. Ze zou hem zeggen: “Vanmiddag een matinee en daarna eten we wat met de club, maar jij bent erbij.” En daarna zou ze hem een kus geven. Op zijn slaap.

De Optimist probeerde zich te laten dragen door zijn matras, dat had hij gelezen op die website waar mensen ook langs kaarsen bliezen. Zou de buurvrouw opgelucht zijn dat alle doeken uitgeklopt waren?

De Optimist kwam overeind en schoof het gordijn een stukje open. De buurvrouw stond op het balkon. Bewegingsloos stond ze daar.

Steun mijn schrijfwerk, buy me a coffee.

 

Meer lezen? 👇🏼